Zes
Dit wordt de laatste. En een bijzondere. De hele dag rij ik al met de foto van de vader van een collega van me in mijn trui. Hij is begin mei overleden aan longkanker. Nu ga ik hem voor de 6e keer naar boven brengen. In mijn hart rij ik deze specifieke beklimming voor het zoontje van een andere collega. Dat mannetje is op zijn vierde na een langdurig ziekbed overleden aan een tumor in de kleine hersenen. De uitvaart zal ik nooit vergeten. Het was een prachtige, waardige ceremonie. De levenscyclus werd rondgemaakt, afgesloten. Alleen de kist was veel te klein; en de cirkel veel te kort. Dat hoop ik nooit meer mee te maken.
Gaan dus. Die vermaledijde berg op. Ik weet niet of het door de bijzondere inspiratie komt, maar de eerste bochten gaan meteen in een flink tempo. Ik weet mijn hartslag vanzelf weer 10 slagen hoger te brengen naar in de 150. Ook het verzet pak ik als vanzelf een tandje groter dan bij de eerdere beklimmingen.
Ik rij een aantal mensen voorbij die voor de zesde of zevende keer omhoog gaan. Dat geeft me wel een gevoel van schaamte. Dat zijn bikkels die individueel voor zeven keer gaan. En die pier ik dan even voorbij omdat het er voor mij na deze zesde klim opzit (dacht ik). Sorry jongens. Gelukkig blijft de saamhorigheid.
De regen begint inmiddels behoorlijk neer te vallen. Maar het is van die fijne stuifregen. Lekker veel zuurstof in de lucht, beetje verkoeling, en geen gedoe met een brandende zon op je hoofd. Wel opletten dat je goed blijft drinken. Ik kom in een enorme flow terecht. Het tempo blijft hoog, en ik heb ineens een power die ik sinds de tweede beklimming niet meer gevoeld heb. In trance rijd ik verder omhoog. Zo halverwege, bij bocht tien, breekt de zon door.
Een paar bochten hoger lijkt het alsof ik de hemel binnenrijd. De inmiddels laagstaande zon scheert over het natte wegdek en vormt een gouden gloed waar ik doorheen fiets. Alleen op de Alpe, badend in een gouden licht. Wauw. Met excuus voor de niet religieuzen onder ons, maar uit dankbaarheid reciteer ik het Onze Vader, vertaald uit het Aramees, de originele taal:
Bron van Zijn, die ik ontmoet
in wat me ontroert
Ik geef U een naam opdat ik U
een plaats kan geven in mijn leven.
Bundel Uw licht in mij –
maak het nuttig.
Vestig Uw rijk van eenheid nu.
Uw enige verlangen handelt dan
samen met de onze.
Geef ons wat we elke dag nodig
hebben aan brood en inzicht.
Maak los de koorden van fouten
die ons vastbinden aan het verleden,
zoals wij ook anderen hun
misstappen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen ons
niet misleiden.
Want uit U wordt de alwerkzame
wil geboren,
de levende kracht om te handelen,
het lied dat alles verfraait:
en dat zich van eeuw tot eeuw
vernieuwt.
Door de flow heen voel ik mijn lichaam wel afzien. Maar het is een paradoxaal genoeg lekker afzien. Ik voel dat de vermoeidheid in mijn lichaam omgezet wordt in kracht en snelheid. Rond bocht 5 haal ik weer een kanjer in. Ongezien steekt hij zijn hand naar me uit om elkaar te groeten. Dat is voor mij de ultieme symbolisering dat we het vandaag samen doen. De eigenaar van de hand is de geweldige kanjer Aad. Die wil ik al helemaal niet inhalen. Ik mompel wat verontschuldigende woorden en ga weer in de flow. Het is alsof de snelheid van buiten mezelf komt.
De laatste bochten gaan als in een droom. Tussen bocht 2 en 1 komt teamgenoot Ronald met de auto naar beneden. Die bikkel heeft vandaag vier beklimmingen gedaan, zonder een groots fietsverleden. Dat is nou boven jezelf uitstijgen. En dan ook nog eens mega-veel sponsorgeld binnenslepen.
Ik beuk door, bocht 1, dan volle bak naar de streep. Ik toon de foto van de overleden vader van een van mijn collega’s. Hier gaat het om vandaag! Niet om de fietsers, maar om de mensen waar we het voor doen.
Na de streep bijkomen. Ben behoorlijk diep gegaan deze klim, die ik zo binnen de 1:10 heb gereden. Dat is niet verkeerd voor nummer zes. Maar dit was het dan. Zes is mooi. Het evenement heet tenslotte Alpe d’HuZes. Ik eet goed, pak me goed in, en ga dan een natte afdaling in. Rustig aan.
Bij bocht 5 zie ik Gregor Stam rennend naar boven komen. Dat ziet er indrukwekkend uit! Zo te zien ziet hij ook indrukwekkend af. Ik daal verder en bij La Garde zie ik Harry, Air Force One, naar boven fietsen. Ik draai bij en fiets een stukje met hem mee. Hij is beklimming zeven. Wat een prestatie! Ik vertel dat ik er zes heb gehad en het voor gezien hou. Zie ik daar een zweem van teleurstelling in zijn ogen? Ik denk van wel.
Door Harry’s blik komt de onderhuidse twijfel in de laatste kilometers van de afdaling vol naar boven. ‘Moet ik toch niet voor zeven gaan? De vorige klim ging zo goed, ik heb nog wel wat over. Vorig jaar bij de Marmotte stond ik gesloopter aan de voet van de Alpe en toen ben ik ook boven gekomen…..’ Mijn ratio zegt stoppen, maar mijn hart en benen willen nog wel een keer.