Dag 32: jongensdromen

Mannen dromen jongensdromen. Fietsers zeker. Als ze een heuvel bedwingen, voelen ze zich als de koploper in de Tour de France die als eerste een col bestormt. Ze sprinten om plaatsnaambordjes als ware het de slotetappe op de Champs Elysees. Ik heb daar in ieder geval wel eens last van. Vandaag zeker.

Routeboek

Al dagen verheugde ik me op de etappe van Amsterdam naar Keene. We zouden eindelijk weer eens wat serieuzere heuvels voor de kiezen krijgen. En het relatief vlakke -zo pannenkoekvlak als in Nederland heb ik het de afgelopen 5000km niet gezien- profiel van de laatste etappes begon me een beetje te vervelen. Je maalt dan echt de kilometers weg. In de heuvels rijd je van beklimming naar beklimming. Mentaal heel anders.

Dus ik had de route en het hoogteprofiel al danig bestudeerd en precies de hellingen bepaald waar ik eens lekker los zou gaan. De spreekwoordelijke cirkels in het routeboek.

Weer mazzel

De weergoden waren ons andermaal gunstig gezind. Gisteravond bij het slapen gaan werd Amsterdam, NY, geteisterd door een hevig onweer. Met bliksems als stroboscopen, zoveel inslagen waren er. Hoog en droog vanachter mijn hotelraam heb ik dat rustig aanschouwd. Vanochtend wederom een waterig zonnetje en de buienradar gaf in de omgeving een hoop rotzooi aan, maar niet waar wij reden.

De hele dag hebben we het droog gehouden, op 3 druppels bij de lunch na. De benauwde, vochtige hitte werd zelfs wat getemperd door een lekker koel briesje. En terwijl ik dit in de droogte van mijn hotelkamer aan het typen ben, gaat het onweer los boven Keene.

Dit geluk dicht ik inmiddels toe aan het gezelschap van David, onze meteoroloog. Het zou kunnen dat we morgen nog een bui te verduren krijgen, maar het ziet er vooralsnog niet somber uit qua verwachting. Afkloppen.

Treintje

Nadat we ons Oostduitse hotel in Amsterdam, NY, verlaten hadden zetten we weer snel een treintje op. Het was wakker worden met een pittige helling. David, die zich de laatste dagen wat minder voelt, was alvast vooruit gereden. Op de top vonden we elkaar weer. Max, een sympathieke en humorvolle Australiër vroeg of hij zijn wagonnetje mocht aanhaken. Dat mocht.

Op een gegeven moment kregen we ook gezelschap van Jody, Norm en Richard. Die deden dat ongevraagd en weigerden kopwerk te doen. Op een gegeven moment waren ze weer verdwenen uit ons zog. Max, die achterop reed, leek er meer van te weten. Ik vroeg hem waar de overige 3 waren. Max zei droog: “When they asked me what I was doing here, I said I DID ask for permission. I think that conveyed the message.” Prachtig. Deed me denken aan een poster die in een lokaal Engels op mijn middelbare school hing: “Diplomacy is the ability to tell a person to go to hell in such a way that he actually looks forward to the trip.”

De aanloop

Het verkeer was druk. Zo druk dat Mike ons even aan de kant haalde om te vertellen dat we moesten oppassen in onze kleine pelotonnetjes. Ik was zelf niet erg onder de indruk, maar ik realiseerde me niet dat niet iedereen in de groep gewend was aan om je heen razende auto’s. En dat kan instabiele situaties opleveren.

Gelukkig draaiden we wat rustiger wegen op. Ik was de mijlen aan het aftellen voordat we aan de eerste serieuze beklimming zouden beginnen. Het ritme in de groep liep lekker, mijn benen voelden goed. Ik waande me bijna een kopman die door zijn ploeg afgezet wordt aan de voet van de allesbepalende slotklim. Jongensdromen…..

De klim

DSCN0852En toen de klim. We daalden door het prachtige plaatsje Bennington en daarna begon de weg langzaam maar zeker op te lopen. Ik zette me op kop en begon tempo te rijden. David en Max moesten lossen, Roger en Tom bleven in het wiel. Nog meer tempo, Roger moest er ook af. Tom en ik wisselden kop en trokken hard door. We haalden de vroeg gestarte Big Tom in alsof ie geparkeerd stond.

De weg werd steiler en nu moest ik echt naar het binnenblad. Little Tom bleef in m’n wiel maar nam niet meer over. Ik zon op manieren om hem te lossen. Ik mag de man buitengewoon graag, maar dit was koers. In mijn hoofd bivakkeerde het idee dat de top en de daarbijbehorende lunch op 85 mijl lagen. Iets in mij zei dat dit niet kon. Als we zo lang, we zaten iets boven de 70 mijl, door zouden klimmen, zouden we op hoogten komen die in dit deel van het land niet voorkomen.

Uit mijn ooghoek zag ik een bordje ‘shop’. Wacht even, we zijn er toch niet bijna? Ik haalde de routebeschrijving uit m’n trui en zag inderdaad dat de top op 75 mijl lag. Nog maar 1 mijl dus, 1,6 kilometer! Ik schakelde bij en plaatste een versnelling. Dat was Tom te gortig. Solo kwam ik aan bij de lunch. De glorieuze overwinnaar in mijn eigen jongensdroom.

Waar bij gezegd moet worden dat Tom 60 is, dus meer dan enig respect is op z’n plaats. Als ik op die leeftijd nog zo fiets, prijs ik mezelf buitengewoon gelukkig.

Rustig

DSCN0855Na de lunch was er nog een klim die ik aangekruist had. Ook daar vol doorgegaan en Tom kunnen lossen. David en Max hielden het snel voor gezien en reden op hun eigen tempo de rit uit. Roger voegde zich weer bij ons. Na een lange afdaling kwamen we bij de staatsgrens van New Hampshire. De voorlaatste staat van de reis!

Zo’n ruime 20 kilometer scheidden ons nog van de finish. Ik zei tegen Tom en Roger dat ik rustig aan wilde doen. Maar Tom had er zin in gekregen. Dus iedere heuvel die we tegen kwamen en dat waren er nogal wat, trok hij hard door. Ik schakelde verkeerd, waardoor ik even van de fiets moest om mijn ketting recht te leggen. Tom en Roger merkten niets, dus ik moest bij het tamelijk ongenadige tempo ook nog eens in de achtervolging. Maar ik haalde ze bij en zo reden we naar Keene, de voorlaatste etappeplaats van de reis.

Einde

DSCN0856Het einde is akelig dichterbij. Bij de briefing werd alles verteld over de aankomst morgen. Totaal bizar. Ik realiseerde me dat dit de laatste avond is waarop we een normale routine hebben. Morgen is het fiets inpakken en dan naar het slotdiner. Het wordt tijd om na te denken over de afscheidsspeech. Het ritme van aankomen, bagage uitladen, douchen, Garmin data uitlezen, foto’s uploaden, eten en bloggen stopt morgen wreed.

Na het plezier maken op de heuvels van vandaag doen de benen aardig zeer, maar het is nog maar 180 kilometer naar het einddoel. Perspectieven verschuiven. Het is fijn dat deze reis een einde heeft en dat dit dichtbij is, maar ik ga het fietsen, het ritme en de metgezellen missen.

Genoeg melancholie voor nu. Beentjes omhoog, slapen en dan nog een dag het koppie erbij om heelhuids bij de Atlantische Oceaan uit te komen.

2 Responses to “Dag 32: jongensdromen

  • Hoi Floris,

    dit schrijf ik terwijl je het einddoel van deze droom aan het bereiken bent.( veronderstel ik)

    de hele trip is natuurlijk onzin, maar dan wel ZINNIGE onzin, waarbij genieten, afzien, spelen en toch het koppie erbij, inclusief het hele sociale groepsgebeuren, dagelijkse kost was.

    Weer een pracht ervaring aan je verzameling erbij.

    liefs en tot gauw,
    mam

  • Goeie laatste dag en mooie aankomstfijn voor warchild, maar ook top dat je je mannendroom hebt waar gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *