Vrees en hoop
Trainen voor een evenement als Alpe d’HuZes is zoeken naar bevestiging. ‘Ben ik op de goede weg? Doe ik de goede dingen? Train ik wel (goed) genoeg?’ Collega’s die voor een van de estafetteteams gaan, stellen me vaak dat soort vragen. En ze zijn stuk voor stuk op de goede weg, en ik twijfel er niet aan dat ze het gaan halen.
Maar ik twijfel wel aan mezelf. Dat is sporters eigen. Niet twijfelen aan anderen, wel aan jezelf. Gaat het wel lukken, 8 keer die berg op? Na alle gepiel in winderige polders en de Ardennen was het vorige week tijd voor een serieus trainingskamp in de Vogezen. Samen met collega Boukje Vogel (deelnemer #22) en haar fietsmaatje Theo Heuzen. Een serieus trainingskamp betekent ook serieus bekijken waar je staat.
Platzerwasel
Op dag 2, een prachtige zonnige dag, ben ik dan ook een rit van 150 kilometer met veel beklimmingen gaan maken. Met na ruim 100 kilometer het piece de resistance, de Col du Platzerwasel, met 6 kilometer lang aan Alpe d’Huez verwante stijgingspercentages. De naam klinkt al niet lekker. ‘Platzerwasel’.
En dat klopte. Ik ben ‘m opgekomen hoor, dat was het punt niet. Maar als een hark en met een duiveltje in mijn achterhoofd: ‘straks moet je 8×13 kilometer lang dit soort stijgingspercentages doen……….’ Lichtpuntje aan de horizon was dat ik me na de beklimming herpakte en de rest van de 150 kilometer in goed tempo kon uitrijden.
Grand Ballon
Maar toch, nog meer twijfel aan mezelf. Eerst dus maar eens een hersteltraining gedaan en vervolgens een relatief korte dag (85 kilometer) wat aan de klimbenen gedaan. Tijd voor test nummer 2. De Grand Ballon, die ook een aantal kilometers lang op de Alpe lijkt. En dat ging al een stuk beter. Ik vond weliswaar geen lekkere cadans, maar nu was ik de baas, en niet de berg.
Vervolgens toonden de weergoden wie het echt voor het zeggen heeft. Want 100 meter voor de top van de Grand Ballon reed ik een wolk in, en toen ik op de top stond kwam er sneeuw uit die wolk. Na 9 kilometer afdalen in natte sneeuw en slechts een enkele graad boven het vriespunt kreeg ik met mijn verkleumde vingers de remmen niet meer dicht. Toen heb ik maar besloten niet de held te spelen, ben een café in gedoken en heb me laten repatriëren in een warme auto.
Ballon d’Alsace
Een dag later de volgende test. De Ballon d’Alsace. Geen heel heftige berg, maar we reden ‘m op met een andere groep Alpenridders plus aanhang, die in de buurt ook een trainingskamp hadden belegd. En dan kijk je onwillekeurig of willekeurig toch naar de benen van de collega fietsers. ‘Hoe strak staan die?’
Enfin, ik startte achteraan omdat ik nog even een jackje moest uitrekken. Daarna een stevig tempo gepakt waarmee ik al snel voorin de groep belandde. ‘Tactisch gaan doen of in hetzelfde tempo doorrijden?’ Dat laatste dan maar. Tot m’n verbazing bleef niemand in mijn wiel. Dus dan maar in hetzelfde strakke tempo doorgereden naar de top.
Zo’n beklimming snel afleggen zegt niets over 8x Alpe d’Huez. Dan gaat het namelijk niet om snelheid, maar om het volhouden. Maar het is wel lekker voor iemand die tot z’n 12e fysiek vaak ziek zwak en misselijk was. En die 6 jaar geleden slechts kruipend de eigen douche kon bereiken vanwege een dubbele hernia. Toch weer hoop.
In mijn diepste bewustzijn weet ik dat ik de fysieke en mentale uitdaging aan moet kunnen. Maar op verschillende bewustzijnsniveaus daarboven spoken er allerlei weifelende stemmetjes door het hoofd en het hart. En dat zijn nu net belangrijke motivatoren. Met die mindset begin ik aan de laatste maand voorbereiding op 8800 hoogtemeters op 1 dag.