Dag 25: wind af
Als ik vanuit Amsterdam het aantal kilometers oostwaarts was gefietst dat we nu al hebben afgelegd door de VS, dan was in nu in Magnitogorsk, Rusland. Hard op weg naar Astana, de hoofdstad van Kazachstan. Bizar. Dagen als vandaag maken die trip overigens een stuk makkelijker. Namelijk goeddeels de hele dag windkracht 5 in de rug onder een heerlijk zonnetje.
Brabantse bergen
Of zoals we in West-Brabant plegen te zeggen bij totaal gebrek aan bergen: “Ge rijdt of wind op, of wind af.” Vandaag dus een hele dag wind af. Dat betekende met de handjes op het stuur 45 per uur rijden. Mijn kilometerteller gaf vandaag vertrouwde snelheidswaarden aan, alleen dan in mijl per uur en niet kilometer per uur.
De 170 kilometer van Richmond, Indiana naar Marysville, Ohio waren dan ook zo gepiept. Waarbij we het laatste deel nog rustig aan hebben gedaan, omdat David last van de hitte kreeg. De opgebouwde solidariteit in ons viertal zorgde ervoor dat we gebroederlijk bij elkaar bleven en Dave er doorheen sleepten. In ieder geval niet sloopten.
Laatste week
En met die snelle kilometers van de laatste dagen zijn we ineens nog maar een week van ons einddoel verwijderd. Mike heeft ons dan ook op het hart gedrukt om van iedere kilometer te genieten. En om te blijven opletten op het verkeer. Terecht. Al werd het een heerlijk Amerikaans onderonsje waarbij ieder zijn persoonlijke mission statement mocht afgeven over zijn specifieke aandachtspunt qua verkeersveiligheid. Dat heb ik even overgeslagen. Maar wees niet bang: ik let verdomde goed op.

Volgens Mike moeten we ook rustig aan doen om van alles wat Amerika te bieden heeft te genieten. Dat is een interessant dilemma Want mijn genieten is ook gebaseerd op de ervaring van snelheid op de fiets. Bovendien zet een bepaald niveau van inspanning je zintuigen meer open. Kortom, ik bepaal lekker zelf mijn tempo en samen met David, Roger en Tom rijd ik lekker door, zonder te racen. Het gevaar bestaat inderdaad dat het enige uitzicht dat je ziet de achterband van je voorganger is, maar dat weten we te vermijden.
Te voet
Langzamer kan ook, zo weten we inmiddels. Mijn kamergenoot Phil kwam gisteren een man tegen die dezelfde reis maakt van kust naar kust. Te voet! 6 maanden onderweg. En hij doet het al voor de 2e keer. Hij loopt voor onderzoek naar alvleesklierkanker. Zie http://bjwalksamerica.com/
En dat in een land dat bepaald voetgangersonvriendelijk is. Fietsers worden in het land van de heilige koe nog gedoogd. Maar je te voet van A naar B begeven is in veel gevallen onmogelijk. Als we ’s avonds een eetgelegenheid in de buurt van ons hotel zoeken, moeten we vaak halsbrekende capriolen uithalen die gevaarlijker zijn dan onze ritten op de fiets. Van een stoep hebben ze hier gewoonweg niet gehoord. Dus dan maar op goed gelukt vlaktes van asfalt oversteken terwijl de trucks om je heen razen.
Namen
De vlaktes asfalt hebben overigens veelal dezelfde namen. Want erg origineel in het verzinnen van straatnamen zijn Amerikanen niet. Uiteraard heb je de navigatievriendelijke maar weinig creatieve gewoonte om straatnamen te nummeren. Maar het aantal keren dat ik pak ‘m beet Main Street, Grant Street of Elm Street ben tegengekomen is oneindig. Waar was die nachtmerrie nou?
Hetzelfde geldt voor plaatsnamen. In veel gevallen een rip-off of kopie van Europese tegenhangers. Berlin, Paris, Dublin. Allemaal tegengekomen. Ik heb inmiddels geleerd mijn nuffige continentale commentaar voor me te houden. Tot dat we gisteren door East Germantown reden. East Germantown? Zou dat een trainingsbasis voor geheime diensten in de Koude Oorlog zijn geweest?

