Dag 11: Epic Achilles

Onze nemesis van de dag had een naam: Achilles. En dat is maar goed ook. Want ik had het niet leuk gevonden om 155 kilometer tegen een naamloze storm in te moeten rijden. Een storm met een naam is tenminste serieus en eerlijk gezegd is 155 km met windkracht 7 tegen fietsen dat ook. 

Jongens

De hoofdrolspelers van vandaag, afgezien van Achilles: Tom ‘Chiapucci’ Stenovec, David ‘Tschmil’ Pramann, Roger ‘Cancellara’ Egli en Floris ‘Froome’ van Overveld. Want volwassen kerels als we zijn, we blijven natuurlijk jongens die zich willen identificeren met hun helden. En om het type fietser aan te duiden, hebben we elkaar deze pretentieuze eretitels gegeven.

Overigens heb ik nog niet alle tochtgenoten voorgesteld in mijn blog. Toerleider Mike heeft net op z’n blog een overzicht van alle deelnemers gezet. Dan heb je een beeld van alle 23 vermetelen. Inmiddels 24, want in Albuquerque heeft Australiër Norman zich bij ons gevoegd.

Paniek

De ochtend begon met een licht paniekerige stemming op de televisie en bij de leiding. Het devies was: zo vroeg mogelijk vertrekken om zo min mogelijk last te hebben van de naderende winterstorm Achilles. Op de televisie waren ze vol van de temperaturen die zo’n beetje halveerden. Nu denk ik inmiddels in mijlen, maar dat Fahrenheit wil er bij mij nog niet in. De temperaturen kelderden evenwel in 24 uur van zo’n 35 naar 0 graden op sommige plaatsen. Da’s op zich spectaculair. Er wordt ook sneeuw voorspeld, in mei! De rit van morgen is dan ook inmiddels afgelast, we zullen ons per busje verplaatsen. Windchill van -10 met sneeuwstormen gaan zelfs onze organisatie iets te ver en ik vind dat eerlijk gezegd niet erg. Vandaag telde meer dan dubbel.

Bij de start zag het er allemaal vredig uit. Mooie ochtendzon, graadje of 12. Niet heel warm, maar wel lekker. Buiten Tucumcari trok de wind snel aan. En waaierrijden was er niet bij. Want we reden op een zeer smalle berijdbare strook naast de weg. De weg zelf was een no-go area, met vrachtwagens die op hoge snelheid langs raasden. Met een wind die schuin tegen stond, was het op die smalle strook balanceren en toch zoveel mogelijk beschutting bij elkaar zoeken.

Flandriens

Vlak voor de eerste stop moesten we een brug over zonder enige vorm van vluchtstrook dus we moesten de weg delen met de immense vrachtwagens en campers. Een tegemoetkomende automobilist zag ons en zette acuut de alarmlichten aan om het overige verkeer te waarschuwen. Zo aardig zijn ze hier voor fietsers!

Bij die eerste stop hadden we allemaal nog tamelijk stoere praatjes over de omstandigheden. “Dit is net als thuis!”, “wat een lekker briesje!” Maar gaande de dag zouden we danig stiller worden. Dit was een dag voor kerels, Flandriens zelfs.

Positief

DSCN0593Met een beukende windkracht 7 tegen probeerde ik de wereld positief te zien. ‘Over 10 mijl zijn we nog maar 10 mijl van de lunchstop verwijderd’, ‘de vluchtstrook is hier breder, dus we kunnen beter bij elkaar uit de wind fietsen’, ‘ik kan nog goed kopwerk leveren’. Ondertussen liedjes zingen om in een ritme te komen. De Internationale was vandaag favoriet, Dag van de Arbeid tenslotte.

En arbeid leverden we! Per mijl (je ziet, ik denk al echt in mijlen) wisselden we de koppositie af. De wind werd er echter bepaald niet minder om. En vergeleken met dit landschap biedt de Wieringermeer een surplus aan beschutting. De enige zaken die de wind iets konden breken waren enkele boompjes die om de tig kilometer langs de weg stonden en langsrazende vrachtwagens die ons even meezogen in hun slipstream.

Texas

DSCN0598De snelheden lagen indrukwekkend laag. Waar we gisteren een record 100 mijl reden, was dat een nu een snelheids laagterecord. Ik was blij als we de 20 km/h haalden. Zo bereikten we de grens van Texas, waarbij ik de tussensprint op heroïsche wijze in de wacht sleepte. Dat wil zeggen: de anderen kenden de traditie, maar hadden even geen zin om te sprinten.

Het conservatieve Texas was op voorhand niet mijn favoriete Amerikaanse staat, maar de vluchtstrook bleek er een een stuk gladder en breder te zijn dan in New Mexico. Hier konden we dus nog beter waaierrijden en dat was zeer welkom! Samenwerkend bereikten we de lunch SAG, waar Barbara en Karen er alles aan deden om het rondwaaiende stof uit het eten te houden. Op de intekenlijst zagen we dat een indrukwekkend aantal rijders inmiddels de pijp aan Maarten had gegeven en met de bus naar de finish was gereden.

Landschap

Toen we het zadel weer bestegen, was er zelfs nog geen teken van de fietsers achter ons. Zo had de wind het nog overgebleven veld uit elkaar geslagen. Met hernieuwde krachten gingen we de strijd met Achilles weer aan. Als ik geen kopwerk deed, kon ik zelfs nog wat om mee heen kijken naar het wederom immense, uitgestrekte landschap. Op een gegeven moment had ik associaties met het duingebied in ons eigen Zeeland. Misschien had de genadeloze wind daar ook wat mee te maken.

Gaandeweg werd de wereld om ons heen wel wat vruchtbaarder, zo leek. Nog wel veel stof, inclusief stofstormen en tumbleweeds. Maar er kwam meer grasachtige begroeing en daarmee groeeide ook het aantal ranches dat we passeerden.

Feeders

Meter voor meter kroop voorbij en de Achilles zette nog wat harder aan. Bij Tom en Roger was het beste er van af, dus het kopwerk moest goeddeels door David en mij gedaan worden. ‘Nog maar 30 mijl’, ‘als we bij 80 mijl zijn dan nog maar 17’, ‘bij 82 mijl even rusten, dan nog maar 15’, ‘als ik wat langer dan 1 mijl kopwerk doe, heb ik de groep weer wat verder geholpen.’

In de verte doken de Feeders op. Dat klink SF achtig en op een bepaalde manier is het dat ook. Immense voederinstallaties voor vee. Koeien voor zover het oog reikt. Hoewel geen kistkalveren deed het toch erg denken aan de industrialisatie van onze voedselketen.

Dalhart, Texas

DSCN0604

Inmiddels werd het ook nog wat kouder. Meter voor meter worstelden we ons naar de eindbestemming. Mijn benen deden goed pijn, maar er was ook een groeiend besef dat we het zouden halen! En inderdaad, de bebouwde kom van Dalhart dook op en daarmee ook beschutting voor de nimmer aflatende wind. Kapot reden we de oprit van het motel op. We hadden het gehaald! High fives alom. Wat daar gebeurde: lees dat op de hilarische blog van Tom.

Uiteindelijk heeft zo’n beetje de helft de etappe fietsend beëindigd. De anderen zijn halverwege in een bus gestapt. En dat zeg ik met alle respect. Want onder dit soort omstandigheden zou ik thuis nooit op een fiets zijn gestapt. Daar 155 kilometer in rijden ligt akelig op de grens waar heldendom en gekte elkaar ontmoeten. Dus het is moedig om de beslissing te nemen geen onverantwoorde dingen te doen die over je grens heen gaan en jezelf daarmee in gevaar brengen.

Groep

DSCN0607Vandaag heeft ons als groep dichter bij elkaar gebracht, zoals dat gaat. Zonder onderscheid tussen diegenen die het fietsend of in een bus hebben volbracht, al ben ik natuurlijk erg blij dat ik tot de eerste categorie behoor. Om dat te vieren hebben we een tamelijk deprimerende maar heerlijk typische Texaans dorpskroeg bezocht waar op woensdagavond niet veel te beleven valt. Vraag is, op welke avond wel. Wij hebben het er in ieder geval heel gezellig gemaakt. Uit de jukebox klonk Pat Benatar. Love is a battlefield. New Mexico en Texas waren dat vandaag ook.

OK, ik zal het toegeven. Deze dag was

Episch……………

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *