Passo di Furcia
Dolomieten, 4 juli 2008
Na een welverdiende rustdag op naar de Passo di Furcia. Het ontbijt is een ware race, omdat ons hotel is verrijkt met een flinke groep Duitsers die naar wij inschatten bezig zijn met een religieuze reis. Voor het avondeten barstten ze uit in een ware samenzang voor de Heer. Alleen was het niet zo samen –verwacht je niet van Duitsers- en de zang was ook middelmatig.
De weg naar de Passo di Furcia begint weer met 15 kilometer vals plat naar beneden. Ons hotel ligt langs een typische bergweg door een dal. Je kunt kiezen: of vals plat omhoog, of naar beneden. Nu was dat dus naar beneden.
Plan
Onderweg besluit ik de route die ik van Cycletours heb meegekregen, te veranderen. Vanaf de Passo di Furcia kun je namelijk de klim naar Plan de Corones (Kronplatz) op, die dit jaar ook in de Giro d’Italia zat. Ik wil die gaan doen, in plaats van een heen-en-weertje naar het plaatsje Pederu dat de oorspronkelijke route voorschrijft.
De laatste 4 kilometer van de Furcia zijn tamelijk moordend. Gemiddelde stijgingspercentages van boven de 10%. Met vooral flink zware bochten waar het oploopt tot 18%. Met enig geduld en concentratie op de ademhaling kom ik er goed doorheen. Bovenop sla ik linksaf naar de Plan de Corones. Dat blijkt echter een soort semi-verhard bospad te zijn. Zo staat het ook op de kaart, maar ik dacht dat ze er voor de Giro wel asfalt neergelegd zouden hebben. Niet dus. In grindhappen heb ik geen zin, dus dit Plan de Corones gaat niet door.
Brunico
De afdaling van de Furcia is redelijk technisch, met niet heel denderend wegdek. Beneden in het dal word ik over een fietsroute gestuurd die me richting Brunico (Bruneck) voert. Prachtige weggetjes door het dal. Alleen worden de weggetjes op een gegeven moment grindpaden. Ze moeten me wel hebben vandaag. Ik rijd stug door en kom in het drukke plaatsje Brunico, waar het veiliger blijkt de weg in plaats van de fietspaden te volgen.
Dan volgen 25 kilometer vals plat omhoog richting ons hotel. Ik kan een goed ritme pakken, en met een behoorlijke snelheid rijd ik door het prachtige Badia dal. In het eerste stuk zitten veel tunnels, bij elkaar kilometers lang. Dat maakt het ook wel een beetje spannend.
Campolongo
Om nog wat extra te doen, ga ik de Passo di Campolongo oprijden. Die ligt achter ons hotel. Het begin is bochtig en steil, maar daarna loopt ie lekker door, niet al te heftig. Het begint drukker met fietsers te worden, en in het begin stiefel ik er een aantal voorbij.
Dan de afdaling terug naar het hotel, om vroeg met het herstel voor morgen te beginnen. Want dan komen er wat bijzondere toetjes voor deze week!