Passo delle Erbe
Dolomieten, 1 juli 2008
Het is begin juli en voor het eerst in het seizoen dreigt het pittig warm te worden. Zo’n graadje of 30. Ben benieuwd hoe het lijf dat verteert.
De tocht begint met 15 kilometer vals plat afdalen. Dat vind ik altijd buitengewoon prettig, maar de Calvinist in mij vindt eigenlijk dat er dan eerst geklommen moet zijn. Bovendien –iets rationeler bekeken- moet ik dit stuk aan het einde van de rit ook weer terug, en dat betekent dan dus nog vals plat omhoog.
Genadeloos
Na 15 kilometer draai ik linksaf de klim op, via Rina Welschellen naar de Passo delle Erbe. Het heeft wat weg van het begin van l’Alpe d’Huez, linksaf over een brug draaien en dan aan de bak. Met dien verstande dat deze klim nog even wat steiler is dan de Alpe. De eerste 4 kilometer hebben genadeloze stijgingspercentages van 10-11-12 procent, met in sommige bochten pieken richting 20%.
Meteen vol aan de bak dus. Niks rustig inkomen en weer aan de bergen wennen. Ik heb dan ook de neiging al te gaan denken aan latere klimmen deze week, die nog steiler zijn. Hoe moet ik daar dan wel niet doorkomen? Mijn ervaring leert ook, dat het dan meestal wel meevalt. De geest van een sporter zit raar in elkaar.
  Â
Het nut van spinning
Dan na 4 helse kilometers een stuk vlak, om vervolgens aan 6 kilometer klim naar de Passo delle Erbe te beginnen. Ook die zijn genadeloos, continu tussen de 8 en 10%. Heel regelmatig is ie niet. Zeg maar gerust onregelmatig. Steile stukken worden afgewisseld door nog steilere stukken. Bij een kerkje in en dorp wijst de weg met een procent of 15 omhoog. Penitentie voor zondige fietsers.
In de onregelmatige klim merk ik wel dat mijn spinning training van de winter vruchten afwerpt. Dat is een trainingsvorm waarbij je veel interval doet. Waar ik vroeger liefst zo regelmatig mogelijk reed, lukt het me nu om de wisselingen in inspanning te verteren.
Passo delle Erbe
Dan de Passo delle Erbe. Mijn eerste 2000er van het seizoen. Zij het net aan, want hij is 2004 meter. Omgeven door de typische rotsformaties in de Dolomieten. Prachtig. Dan een lange afdaling van een kilometer of 30. Eerst hel technisch, met ook nog een stukje bergop erin. Daarna lange wegen met weinig bochten. Ik dender zo naar het dal van de Brenner Autostrada.
In Brixen geluncht en tot rust gekomen. Inmiddels is de zon aardig onbarmhartig op het dal aan het neerschijnen. Dat merk ik ook meteen bij de eerste kilometers van de klim naar –jawel- de Passo delle Erbe (van de andere kant). Er is geen schaduw, geen wind, het is nog laag in het dal en bloedheet. Niet mijn favoriete omstandigheden.
Tempo
Ik kan wel een tempo pakken, maar mijn hartslag is mede door de warmte aan de hoge kant. Ik voel de zon in mijn nek schijnen, mijn voeten branden in de schoenen. En de klim is lang, heel lang. In totaal 29 kilometer klimmen. Nu weet ik dat het venijn in het begin zit. De laatste kilometers vallen mee, en er zitten wat afdalinkjes in. Verspilling van gewonnen hoogtemeters.
Maar voordat dat stuk aanbreekt, moet er 18 kilometer worden geklommen. En ik heb danig last van de hitte. Gelukkig kom ik op een gegeven moment in een bos, en er komen ook wat wolken opzetten. Waaruit in de laatste kilometers ook wat regendruppels vallen. Eigenlijk wel verfrissend.
Zegen
Bij een bocht staan 2 nonnen die vrolijk zwaaien. De penitentie kennelijk voldoende uitgevoerd. Nu de zegen. Mijn lijf protesteert wel tegen de omstandigheden. Vanwege de warmte moet je veel drinken. Daar krijg je een aardige klotsmaag van, die je tegen heug en meug verder vult met vocht.
Na een stukje afdaling eet ik nog even een reep, en dan de finale naar de Passo delle Erbe. Die valt mee. Sneller boven dan ik denk.
Klein Italiaantje
Na een heerlijke afdaling (iets minder heerlijk vanwege nog een stuk klimmen erin) het laatste stuk vals plat omhoog naar het hotel. En wind tegen zo blijkt. Ineens zit er een klein Italiaantje in mijn wiel. Als plattelander gewend aan die omstandigheden, hou ik hem uit de wind. Hij neemt over en zo rijden we samen een stuk op, ieder om de beurt zijn kopwerk doend.
Na een stoplicht vanwege werkzaamheden springt hij echter weg. Als homo astmaticus heb ik niet zo’n versnelling. Maar het zit me niet lekker. We duiken een tunnel in, hij een kleine 100 meter voor mij. Ik pak een goed ritme en rijd naar hem toe. Ik zal hem krijgen. Revanche voor Euro 2000. Na de tunnel zit ik iets voor hem, als er wat haarspeldbochten opdoemen die niet meer tot de categorie vals plat horen.
Ik geef vol gas, benieuwd of hij bij kan komen. Dat lukt hem volstrekt niet, ik rijdt hem helemaal naar huis. Verstandig is het niet, omdat ik morgen weer aan de bak moet, maar het geeft me wel zelfvertrouwen dat ik na 120 km Dolomieten nog zo’n versnelling heb.