RACE AROUND THE NETHERLANDS DAG 2: van Enschede tot Dollart tou
Mijn streven is om 5 uur op te staan en 6 uur weg te rijden, maar om 4 uur ben ik klaarwakker. En aangezien ik niets anders te doen heb, stap ik dan ook om een uur of 5 op de fiets, terwijl de taxi’s de laatste nachtvlinders nog bij het hotel afleveren.
Ik snel door een bijna verlaten Enschede, de wegenverkeerswet niet helemaal naar de letter volgend. Als middelbare scholier heb ik 3,5 jaar een krantenwijk gehad en dat gevoel komt weer boven. Wakker terwijl de wereld slaapt, bijna of je deze uurtjes steelt van de tijd. Ik kom ook snel langs het hotel waar ik had willen slapen en bedenk dat ik de verloren achterstand door de iets eerder dan geplande stop in Enschede weer heb ingehaald.
Het Twentse land wordt langzaam wakker en het is prachtig. De lucht die langzaam lichter kleurt, de maan die nog over het land schijnt en dan de zon die opkomt. Hazen schieten voor me weg, konijntjes schrikken op in de berm en ik zie ook nog een eekhoorntje.

Hoogtemeters
De route brengt me richting Rijssen en iedere fietser denkt dan ‘ah, de Holterberg’. Die volgt inderdaad en ligt prachtig verstild te wezen in het ochtendgloren. Zo’n moment van gelukzaligheid op een fiets. Alleen zijn met je ademhaling in een beklimming, de frisheid van de morgen langs je wangen in een afdaling.
Het volgende zeer overwinbare piece de resistance is de Lemelerberg. De parcoursbouwer wil echt iedere denkbare hoogtemeter in dit deel van Nederland aandoen. Prima. Het breekt de sleur wat. Vervolgens richting Ommen, waarvan ik weet dat we erlangs komen. De bordjes geven echter steeds meer kilometers richting die plaats aan. We blijken er in een grote boog naartoe te rijden.
Fietspaadjes en klinkerweggetjes
De route volgt vele mooie, maar smalle en bochtige fietspaadjes door het Overijsselse Vechtdal. Niet ideaal om tempo te maken. Ik probeer mijn innerlijke Matthieu van der Poel aan te boren om de bochten vloeiend en met zoveel mogelijk behoud van snelheid door te komen.
In de dorpjes die we passeren liggen van die rustieke klinkerweggetjes. Leuk voor het oog, minder voor het achterwerk. Vanaf Ommen is het richting noordoosten. Met de wind goeddeels in de rug in een zonovergoten Overijssel.
Economie
Ik leer op economie te rijden. Vermogens die normaal echt voor een herstelrit zijn gereserveerd, accepteer ik nu als normaal. Het gaat om zo ver mogelijk fietsen, niet zo hard mogelijk. En daar het optimum in vinden wat mijn lijf aankan.
Ik haal een aantal mensen in dat gisteren langer is doorgegaan maar een trager tempo hebben. Ik begin het begrip ‘undercut’ uit de Formule 1 te begrijpen. Ik noem mijn de stukken die ik fiets tussen twee pauzes inmiddels ook ‘stints’. Max begint ook mij enigszins te besmetten.
Shokz
Na een supermarktpauze in Coevorden -het is zondag, blij dat we niet in de bible belt rijden- door naar Emmen en Ter Apel. Bekend terrein van eerdere tochten met mijn club. Ik heb inmiddels mijn Shokz tevoorschijn gehaald. Een koptelefoon die niet in je oren gaat, maar via je bot op je slapen het geluid doorgeeft. Je oren zijn nog vrij om het verkeer te horen, wat ik essentieel vind.
En het mooie: ik heb ‘m gewonnen via een van mijn favoriete podcasts, De Grote Plaat. Van muzikant en wielerfanaat Blaudzun en muziekjournalist en ex-profrenner John den Braber. Drie keer raden over welke onderwerpen de podcast gaat. Enfin, ze geven in de show zo’n apparaat weg als je een goed verhaal hebt. En mijn verhaal dat ik nog nooit een ultrarace heb gedaan, die nu doe als fundraiser voor coeliakie-onderzoek en dat ik wel wat muziek en podcasts kan gebruiken tijdens de eenzame uurtjes is kennelijk overtuigend genoeg!
Pannenkoek in Bourtange
Dus al podcast luisterend maal ik de tijd en de kilometers weg in het Drentse en Groninger land. Het tussendoel is Bourtange, het prachtige vestingstadje. Daar is het slalommen om verdwaasde toeristen die me zien aankomen maar pas in actie komen als ik mijn fietsbel inzet. Het moet er ook wat wonderlijk uitzien, zo’n alien op een fiets in die omgeving. Al ben ik bepaald niet de enige.
Op een zonovergoten terras nuttig ik een pannenkoek en raak aan de praat met twee dames. Die prijzen m’n tocht en zeggen dat het heel gezond is, dat fietsen. Ik leg uit dat een week lang tegen de 300km per dag fietsen niet helemaal gezond is. Ik geloof dat ze het beamen.

Wind
Ik draai richting Stadskanaal en Gasselte met de kop in een onstuimig windje. In de houding op het ligstuur en malen maar. Ik krijg bijna medelijden met de koplopers die dit op de IJsselmeerdijken aan het verwerken zijn nu. De kilometers verdwijnen onder mijn banden en bij Gasselte draaien we weer noordwaarts, wat met een zuidwesten wind gunstig is. Iets met vectoren, spookt het in mijn hoofd.
In een bos gaat het bijna mis. Een echtpaar voor me minder vaart. Ik wil er links langs rollen en op dat moment besluit de man van het stel dat hij linksaf wil slaan. Zonder dat aan te geven. Z’n vrouw ziet het gevaar en waarschuwt en ik stuur een beetje mee. Ze bieden hun excuses aan. Alert blijven dus. En geduldig, want ik had dit kunnen voorvoelen en er niet meteen langs hoeven gaan.
Mengelberg
Ondertussen luister ik een podcast over de Matthäus-Passion. Een analyse van het meesterwerk die veel langer duurt dat de passion zelf. Op een gegeven moment komt het openingskoor langs. En niet zomaar. Een versie die men nu aan het restaureren is, gedirigeerd door Willem Mengelberg. Daar rij ik, in de zon, in een evenement waar ik lang naar uit heb gezien, met deze majestueuze klanken. Ik krijg het bijna te kwaad.
Groningen
Zo snel ik naar de stad, Groningen hebben we het dan over, waar ik door een leuke ontmoeting uit mijn dromen wordt gewekt. Clubgenoot Marnix komt me tegemoet rijden en rijdt een stuk met me mee door de stad. Voor de goede orde voor de regelfreaks: naast of achter me, ik haal er dus geen aerodynamisch voordeel uit. Het is gezellig om even bij te kletsen. In Groningen snellen we ook langs allerlei bekende plekken. Dan voor het buitenrijden nog een supermarktstop, alwaar ik het hotel in Appingedam reserveer. Dat is voordat ik met mijn neus in de wind zou draaien en dat bewaar ik liever tot morgen, wanneer die wind een stuk minder fors is.
Marnix en ik nemen afscheid bij de rand van de stad en ik duik het eindeloze, verlaten noordoosten van Groningen in. Gelukkig goeddeels met de wind in de rug. Wind af, zoals we zeggen in Brabant waar ik vandaan kom.
In Appingedam strijk ik neer in hotel het Wapen van Leiden dat gerund wordt door Chinezen. Globalisering staat voor niets. Het buffet is me wat te duur, maar ik kan ook voor de afhaal gaan. Dat is traditioneel een portie waar ik voor twee dagen genoeg aan heb. Helaas heb ik geen mogelijkheid om het mee te sjouwen. Na ruim 314 km kruip ik weer vroeg onder de wol.
Zowel het eerste blog als deze hebben voor mij de sfeer van: lekker even bijkletsen.
Dat zal wel verder ook zo zijn. Genieten van bv. de wind en er lekker niet in zitten.
Heerlijk!