Les Trois Ballons: het relaas

Gaulisten

Floris in de afdaling Ballon d'Alsace

De cyclosportief (prestatietocht op de fiets) Les Trois Ballons was mijn eerste evenement dat ik met Gaul fietste. Een netwerkvereniging van snelle Nederlandse fietsers die met hun wedstrijden en tochten geld ophalen voor Warchild. En met snelle fietsers, bedoel ik extreem snelle fietsers. Lieden die het hadden over voorin finishen, de tocht met 4300 hoogtemeters voltooien met gemiddeldes dik boven de 25 km/h. Mijn doelstelling lag meer in de range: ‘uitrijden’. Dit was even een nieuwe ‘league’ van ploeggenoten.

Inrijden

Dat bleek spontaan al in het inrijden, daags voor Les Trois Ballons. We gingen ‘even’ de rugnummers ophalen bij de start. Die was maar een kilometer of 40 verderop. Ja, ach, er lag een berg tussen, maar dat mocht niet deren. Konden we meteen de spanning op de benen krijgen. Ietwat overmoedig, licht twijfelend, ging ik mee. Even de Ballon d’Alsace over. Lekker weertje, niet al te stijle berg, goed voor het inrijden. Helaas kreeg een ploeggenoot een spaakbreuk in de afdeling, maar gelukkig kon hij worden opgepikt door een auto.

Na de fietsbescheiden te hebben opgehaald in startplaats Champagney, weer terug naar onze voormalige vakantiekolonie vlakbij St Maurice sur Moselle. We verzonnen dat dezelfde weg als op de heenweg, de Ballon d’Alsace over dus, minder leuk was. Dus met mijn Garmin een andere route uitgestippeld. Ik had mijn metgezellen al gewaarschuwd dat ik niet goed kon inschatten wat voor klim we zouden tegenkomen. Die waarschuwing bleek terecht. De weg liep steeds steiler, tot percentages van 10%, kilometers lang. Spontaan bleken we de Ballon de Servance op te rijden, de startklim van Les Trois Ballons. Konden we die mooi verkennen, inclusief de afdaling die door het zeer hobbelige wegdek niet heel makkelijk was.

Infietsen dus: 90 kilometers met 1600 hoogtemeters over 2 van de 3 Ballons! Maar snel de fiets klaargemaakt, benen geschoren en toen plat! Slapen, benen, lijf en hoofd rust gunnen. Klaar voor de grote dag.

Voor de start

De wekker gaat om 4:30u. Even douchen, fietskleren aan en dan naar het ontbijt. Tegen het bioritme in flink eten. Dan alles verzamelen en de auto in. Als we wegrijden, begint het te regenen. Mmmmm, dat zal toch wel opklaren? En ja hoor, eenmaal de Ballon d’Alsace over trekt het wat open. We dalen af in een kolonne auto’s op naar Champagney. Daar betrekken de lucht en ons gemoed weer. Donkere wolken pakken zich samen en op het moment dat we de auto’s parkeren, regent het belletjes. Ideaal weer om 205 kilometer door de bergen te rijden. NOT!

Gelukkig wordt het snel droog. Dan de twijfels over de kleding. Wel of geen beenstukken aan? We besluiten bijna collectief voor geen. Een ploeggenoot komt wel met de tip babyolie op de benen te smeren. Blijven ze lekker warm. Dus inderdaad mijn witte, geschoren benen ingesmeerd. Rare jongens, wielrenners.

Dan over een natte weg naar een zich snel vullend startvak. Ik ga bij wat mede-Gaulisten staan. Kom spontaan ook nog een andere bekende uit Nederland tegen. In gedachten verzonken tel ik het laatste kwartier voor de start af.

Ballon de Servance

Dan zet de meute zich in beweging. Hier en daar wordt wat gewrongen, maar over het algemeen gaat het relaxed. De weg ligt nog nat, dus het wel lekker opspattend water happen.  Ik zoek wat mensen op die ongeveer hetzelfde tempo rijden. De spieren zijn nog niet echt warm, dus dat tempo ligt niet zo hoog. Links komen er allerlei groepen langsrazen, inclusief een aantal mede Gaulisten. Maar ik heb geen zin om me nu over de kop te rijden.

Na een kilometer of 10 begint de weg omhoog te lopen. Eerst vals plat, dan al gauw serieuzer tot stijgingen rond de 10%. Een tanige Belgische komt naast me rijden en zegt in zacht Vlaams: “Ik ga vandaag bij u proberen te blijven.” Zo, als Lieke dat maar goed vindt! Ze zoekt iemand met hetzelfde tempo. Haar voornemen komt overigens niet uit, ze klimt een klein tikje sneller, maar in de afdaling raas ik haar voorbij.

De weg naar de top is omgetoverd tot een wielren-archelogische vindplaats. Op het wegdek liggen regenjackjes, brillen, tubes met gel, noem maar op. Kennelijk ballast die door de snelle jongens en meisjes bewust of onbewust overboord is gezet. Vlak onder de top loopt een Fransman met een gebroken ketting. Hij vraagt om iemand met een kettingpons, zo maak ik op. Nu heb ik die wel bij me, maar ik beken nederig dat mijn solidariteit vol in de 1e beklimming van de dag nog niet zo hoog is. Hij komt op de top wel een auto tegen die hem kan helpen. Niet goed dat weet ik, maar Tim Krabbé schreef al in ‘De renner’: “Wielrennen imiteert het leven zoals het zou zijn zonder de corrumperende invloed van de beschaving.”

Col d’Oderen

De afdaling van de Servance doe ik rustig aan. Het is druk, het wegdek is hobbelig en ligt nog nat. Kasper, een Gaulist die ik in de beklimming heb ingehaald, komt me voorbijsuizen. Hij is een ervaren, technisch goede fietser. Op de makkelijker gedeeltes eet en drink ik wat. Dan volgt de Col du Menil. Een tussenklimmetje, dat niet veel meer is dan een uit de hand gelopen viaduct. Daar krijg ik een lesje cyclosportief rijden. Vrolijk geworden door de inmiddels doorgebroken zon spring ik in de klim naar een groepje voor het pelotonnetje waarin ik zelf bivakkeer. Dat gaat makkelijk. Maar even later haalt het pelotonnetje ons gewoon weer in. Zinloze actie dus. Chasse patate, zoals dat heet in jargon.

Na een korte daling begint de Col d’Oderen. Bekend terrein van eerdere trainingstochten. De beklimming loopt lekker en ik kom Kasper weer tegen. Samen rijden we al kletsend omhoog. Op de tocht wacht Godelieve, Gaul-begeleider van de dag, met een auto vol vers drinken en eten. We stoppen even. Iemand heeft kennelijk 2 bidons door elkaar gehaald en die van mij met energiedrank meegenomen. Enfin, ik heb genoeg eten bij me. Dat komt wel goed.

In de afdaling gaat Kasper er vandoor, maar daardoor geïnspireerd krijg ik zelf het goede daal-gevoel weer te pakken. Volle bak ga ik naar beneden, scherp door de bochten heen. Voor het klimmen ben ik eigenlijk nog een paar kilo boven mijn ideale gewicht, dat nadeel zet ik dan maar om in een voordeel bij het dalen.

Ik dender het dorpje Kruth binnen. Daar zoek ik een groepje op om het vlakke stuk naar de volgende beklimming te overbruggen.

Col du Bramont – Route des Americains

Na luttele kilometers vlak begint de weg vals plat omhoog te lopen. En niet veel later wordt het vals plat een echte stijging. Ik rijd weer naar Kasper toe. De beklimming die we nu pakken is de Col du Bramont. Niet heel steil, maar eerlijk gezegd langer dan ik dacht. Ik pak een goed ritme en ga gestaag omhoog. Na een afdaling van enkele honderden meters draaien we de Route des Americains op. Een klim die ons naar de Route des Crêtes brengt. Ik ken dit klimmetje uit een training en dat is maar goed ook. Want het is ruim 3 kilometer aan 8% en meer en vlak na de Bramont voel je dat. Er is dan ook een wanhopige renner die aan me vraagt hoe lang het nog duurt. Geruststellend kan ik hem antwoorden dat hij over een kilometertje op de Route des Crêtes is. En die loopt min of meer vlak bovenlangs de bergkam.

Daar aangekomen zoek ik weer een groepje op. De wind heeft hier immers vrij spel. Even wat eten, en van het uitzicht genieten. Ik werk mee met het groepje door wat kopwerk te doen. Dan krijg ik een tik op m’n achterste: Kasper komt voorbij gesneld in een ander groepje. Ik pik aan, we rijden naar de Grand Ballon, het dak van de dag. Dat is maar 1500 meter klimmen, en daar wacht de ravitaillering. Met allemaal lekkere dingen: vijgen, pruimen, koekjes en vooral zalig snoep. We zitten op kilometer 100. De helft dus. De bidonnen weer bijgevuld en dan vol de afdaling in.

Col de Hundsruck

Kasper, die later aan de afdaling begon, haalt me onderaan weer bij. We draaien en keren wat door een dorpje, om de hoofdwegen te vermijden, en dan begint vrijwel meteen de Col de Hundsruck. Nu kom ik op onbekend terrein. Mijn lijf voelt warmgedraaid en ik zet er een flink tempo in. Nu haal ik een hoop mensen in, in plaats van andersom. Het is een pittige klim, maar de steile stroken worden afgewisseld met meer lopende stukken. Ik los Kasper. Definitief voor deze dag zo blijkt. Want ik kom op stoom en hij krijgt juist te maken met kramp.

Op de top haal ik 2 andere Gaulisten in. Meteen de afdaling in, hoewel afdaling: halverwege krijgen we nog een stukje klimmen te verwerken. Fijn is dat.

In het dal volgt een lang, vlak tot vlas plat stuk naar de volgende beklimming, de Ballon d’Alsace. Ik neem een relaxed tempo en al snel ontstaat een groepje in mijn wiel. Een jongen met 2 Presto bidons (waarschijnlijk een Amsterdammer), neemt af en toe over. Dan kan ik de benen even losschudden. Met z’n tweeën vormen we de locomotief van een steeds groter wordende groep fietsers. Maar die hebben voor de rest kennelijk geen zin om kopwerk te doen. Enfin, zo maak ik me nuttig voor de medemens, en ik zorg ervoor binnen redelijk hartslagzones te blijven, zodat ik niet teveel energie verlies.

Ballon d’Alsace

Floris in de klim van de Ballon d'AlsaceMet het treintje bereiken we de voet van de Ballon d’Alsace, de 3e en laatste van de 3 Ballons, zij het niet de slotklim! Vlak voor de klim is een ravitailleringspost, maar die negeer ik, wetende dat Godelieve met de auto op de top staat.

De temperatuur is inmiddels aardig opgelopen. Mouwstukken uit, veel drinken. Een Gaulist is in het groepje bijgekomen, ik wissel wat woorden met hem, maar pak net een iets sneller klimtempo. Deze kant van de Ballon d’Alsace is voor mij onbekend en hij valt niet mee. Een aantal kilometers is het achter elkaar continu 8% en meer. Niet heel steil, maar wel een klim die je geen moment loslaat. Je moet vermogen blijven leveren.

Gestaag doorduwend bereik ik toch de top. Nu alleen nog maar de slotklim! Bij Godelieve vul ik mijn voorraden voorbij. En ik geniet vooral van de Tucjes die ze heeft. Want een beetje zout eten is altijd erg fijn als afwisseling op alle zoete energiedrank, dorstlesser en repen.

Bijgetankt stort ik me weer de afdaling in. Een lekker lange, en we hadden ‘m de dag ervoor al gedaan, dus ik weet hoe hij loopt en geef dus wat meer gas.

Slotklim: Planche des Belles Filles

Onderaan de afdaling zie ik op mijn kilometerteller dat we nog een kilometer of 30 moeten overbruggen naar de slotklim. Terwijl deze via de kortste weg 15 kilometer verderop ligt. Zinloos omrijden dus. Maar ja, wat is überhaupt de zin van 205 kilometer door de Vogezen fietsen?

Het eerste stuk is vlak, en ik zoek weer een groepje op. Dat gaat aardig snel, maar er is wat onenigheid. De mensen op kop willen dat anderen overnemen. Ik ben dit keer toch ook echt een van de mensen die past. Ik heb mijn werk voor de Ballon d’Alsace al gedaan, en ik wil even herstellen.

Dan draaien we op richting de startplaats Champagney, via een weg die op en af gaat. Kortje klimmetjes, korte afdalingen. Daar heb ik een gruwelijke hekel aan; zeker nu. Je komt geen moment in je ritme, kunt niet echt herstellen. De groep waar ik inzit, rijdt ook heel onregelmatig. Ik laat ze gaan en pak m’n eigen tempo. Doorharkend bereik ik Champagney. Nu vlak naar de beruchte slotklim: la Planche des Belles Filles.

Ik zoek weer een groepje op om te herstellen. Dat gaat niet snel, maar ik vind het prima zo. In m’n hoofd begin ik te rekenen. Zou ik het halen binnen de 9 uur? Nee, dat gaat niet lukken. Na een worsteling besluit ik dat me dat niks kan schelen. Niet gaat stressen om een paar minuten nu. Ik ga ‘m uitrijden en dat is al heel erg mooi!

Dan de slotklim, de naam suggereert iets met mooie meisjes, maar die lijken ver te zoeken. Langs de kant staan bordjes die je er fijntjes op wijzen dat de 1e kilometer een gemiddelde stijging heeft van 11%. In het begin pak ik nog een aardig tempo, maar dan volgt een stuk van 17% en dan is het wel even mooi geweest. Ik laat het tempo wat zakken en maal de kilometers weg. De 2e is ‘maar’  9,5%, eitje……. De 4e is weer gemiddeld boven de 10%, maar op dat moment lonkt de finish al dusdanig dat ik dat wel kan hebben. De snelle Gaulisten komen van de berg af en groeten me. Nog even in de benen en dan volgen de bordjes van enkele honderden meters. Ik pers er nog een glorieuze eindsprint uit.

Goud!

Mijn eindtijd is 9:05. Een mooi gemiddelde voor mijn doen, maar ik weet even niet wat het waard is. Bij cyclosportieven kun je afhankelijk van je tijd goud, zilver of brons halen. Ergens ben ik bang dat de grens voor goud op 9 uur ligt voor mijn leeftijdscategorie. Dan zou ik dat net zijn misgelopen. Maar het blijkt 9:20u te zijn! Goud dus! Toch wel een beetje trots op mezelf.

 

 

 

 

2 reacties to “Les Trois Ballons: het relaas

  • Norbert Cuiper
    15 jaargeleden

    Hee Floris, mooi verslag van les Trois Ballons en gefeliciteerd met je prestatie. Helaas kon ik niet meedoen. Wel ga ik 4 september naar de Vogezen om een week te fietsen met een groep. Uitvalsbasis is een natuurvriendenhuis in de buurt van Munster. We rijden circa 100 km per dag met diverse cols, waaronder Schlucht, Grand Ballon, Platzerwasel en Petit Ballon. Zin om mee te gaan?
    Groet, Norbert

    • Klinkt lekker, maar ik ga dat weekend de Charly Gaul fietsen. En daarna weer hard aan het werk! Hou me wel op de hoogte van dit soort initiatieven, want fietsen in de Vogezen blijft leuk.
      Groet, Floris

Laat een antwoord achter aan floris Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *