El Angliru

Kennelijk heeft ooit iemand verzonnen om midden in de bergen van Asturie ergens bovenop een plateau een parkeerplaatsje aan te leggen. En om daar een weg naartoe te leiden die zo kort mogelijk was. Die dus, zo leert basale wiskunde, in weinig afstand gruwelijk veel hoogtemeters overwint en daarmee dus loeisteil is. Dat tot daaraan toe, maar de organisatie van de Vuelta a España heeft bedacht om daar een paar keer een etappe te laten eindigen. En daarmee heeft de Angliru, want zo heet de ‘parkeerplaats’ onder wielerliefhebbers een mythische naam gekregen.

En dan heb je natuurlijk van die randdebielen, zoals ik, die het verzinnen dat het een leuke vakantieactiviteit is om daar tegenaan te fietsen. Tussen alle andere Noordspaanse beklimmingen in, een goede training voor 3x Mont Ventoux begin september, was dit het klapstuk. In meerdere opzichten.



23 juni

Op 23 juni is het zover. Ik ga de Angliru doen. Eerst als opwarmer een kleine beklimming om in La Vega, aan de voet van de gevreesde bergweg te komen. Daar rechtsaf een onooglijk weggetje in. En omhoog gaat het. Nog niet met schrikbarende percentages hoor. Zo’n procentje of 8 a 9. Best pittig, maar nog ontspannen te doen.

Vervolgens zelfs een stukje vlak. De benen even losdraaien voor wat komen gaat. De hel. Een beperkte hel, dat wel, van ‘maar’ 7 kilometer. Maar als je in die afstand 800 hoogtemeters moet overwinnen, klinkt het al wat pittiger. Zeven kilometer waarin het stijgingspercentage niet onder de 10% zakt, en vaak significant hoger is.

20%

Na korte tijd al aan de bak met de eerste strook van 20%. Daar kom ik goed doorheen. Langs de kant staan borden die per strook aangeven wat het minimale en maximale percentage is. Nuttige informatie, maar soms ook bijzonder demotiverend. Mijn referentiekader verschuift snel. Stukken van 12% vind ik ineens niet zo schrikbarend steil meer, en ga daar zittend doorheen. Af en toe een steilere strook, waar het toch echt staan is.

De hartslag en het ademritme gaan langzaam maar zeker omhoog. Ik kom wel door de steile kilometers heen, maar ze slopen me langzaam maar gemeen zeker. Daarbij komt dat er een pittig zonnetje op de helling staat, dat me heerlijk gaar kookt. Mijn bewustzijn vernauwt zich. Alleen nog maar de kracht op de pedalen, het asfalt voor me, en het gebonk in mijn hoofd.

Uitzicht

Af en toe weet ik toch een seconde van het uitzicht te genieten, met Oviedo blinkend in het dal, de Picos de Europa aan de horizon, en in de verte de Atlantische Oceaan.

Dan komt de gevreesde kilometer, van 17,5% gemiddeld. Een stuk van 20% en dan honderden meters langs 15%. Ik kom bij een bocht waar Lieke met de auto staat. Daar sta ik al zo’n beetje op springen. Als ik naar links kijk, zie ik een strook van honderden meters die lachwekkend steil bergop gaan. De helling is daar 23,5%!

Steil

Ik ram door de bocht heen en ga staan. Trekken, duwen, trekken, duwen. Ik omklem m’n stuur stevig want mijn handen zijn zo bezweet dat ik bang ben dat het me ontglipt. Ik slinger over de weg om het maar iets minder steil te laten zijn. Mijn hartslag gaat naar het maximum en tegen de warme lucht in probeer ik te ademen. Alsof een bankschroef op mijn licht astmatische borstkas wordt gezet. Bonk, bonk, bonk. Meter voor meter omhoog. Ik stop. Ik trek het niet meer. Als ik doorga, gaat mijn hoofd ontploffen.

Even op adem komen en dan weer aan de bak. Het is nog een hele toer om tegen 20% vanuit stilstand op gang te komen. Weer verover ik de berg meter voor meter. Bonkebonkebonk in mijn hoofd. Het gaat weer op ontploffen staan. Ik stap weer af.

23,5%

Wie heeft dit verzonnen? Hangend over mijn fiets begin ik omhoog te lopen. Nog nooit van mijn leven ben ik afgestapt om lopend een berg op te gaan. Maar dit is gekkenwerk. Met lichte astma in deze warmte, en niet te vergeten ruim 5 kilo zwaarder dan mijn ideale klimgewicht is dit niet te doen.

23,5% is te voet al een beproeving, mijn hartslag blijft evengoed 156 slagen. Ik strompel met fiets en al door de allersteilste strook heen. Dan kom ik een stel koeien tegen. Die me aankijken met een blik die verraadt dat ze me een volslagen idioot vinden. Gelijk hebben ze.

Laatste stuk

Na even uitpuffen hijs ik me weer in het harnas, op het zwarte ros van carbon. Tegen een procentje of 17 -wat is dat nu helemaal?- sleur ik me weer op gang. Nou ja ‘gang’; in iets dat geen volstrekte stilstand is, zal ik maar zeggen. Weer door een bocht van 21% maar daar kom ik staand wel doorheen. De ingedeukte trots leeft weer een beetje op. Dan een stuk van 11% waar ik me weer wat kan herpakken.

De kracht in mijn benen keert langzaam weer terug. Ik kan een ritme houden en me door de stukken van meer dan 15% heentrekken. Aftellen naar het einde, maar om iedere bocht blijft de weg omhoog wijzen. Dan het onmogelijke, de weg vlakt af. Ik geloof mijn eigen vernauwde bewustzijn niet. Maar het is echt zo.

Top

Zelfs een stuk lichtjes bergaf! Te afgepeigerd om gelukkig te zijn, bol ik de laatste meters naar de top van de mythische Angliru. De parkeerplaats ontvouwt zich voor mijn ogen. I did it! Ik heb de Angliru veroverd! Nu ja, ik ben boven gekomen, want eerlijk gezegd was deze beklimming de baas. En niet ik.

Daar gaat een mens zich nederig van voelen. En tegelijkertijd ook mentaal gesterkt voor komende uitdagingen. Zoals 3x Mont Ventoux. Mijn lijden op de Angliru is van beperkte duur en vooral ook zelfverkozen. Dat geldt niet voor het lijden van de kankerpatiënten die we virtueel gaan meenemen naar de top van de reus van de Provence. Dus daar gaan we het voor doen!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *