Les 3 Ballons 2012

4:15u, de wekker gaat. Waarom is dit mijn hobby? Ik ga vissen. Oh nee, dat is ook vroeg opstaan. Om 4:30u zitten 8 nog wat stille Gaulisten aan het ontbijt. Koolhydraten naar binnen werken voor de beproeving van de dag. Les 3 Ballons, 205 km door de Vogezen. 1 man is nu al een held: Martijn Kieboom. Geblesseerd aan zijn knie, heeft hij besloten niet te starten maar de 7 andere clubgenoten te ondersteunen met verzorging.

Rond 6:45 sta ik met Casper Prins in het startvak in Champagney. Het is prachtig weer. Zacht, een zonnetje, geen regen voorspeld. De meeste van onze teamgenoten staan voor ons, in het startvak voor de snelle klasbakken. Ik kijk om me heen naar een kapitaal aan tweewielers op enkele vierkante meters. Aan het materiaal zal het voor de meesten niet liggen. Wat een dure karretjes bij elkaar.

Start

Om 7:15 zet het peloton zich in beweging. Casper en ik hebben besloten niet als dolle honden te starten, dus we bollen mee in de groep, die er een aardig tempo op na houdt. Ik wil iemand inhalen, duik uit z’n wiel en kijk in de laagstaande ochtendzon. Gelukkig waarschuwt Casper me, want ik steven recht op een vluchtheuvel af die ik met mijn nog niet geheel wakkere hoofd niet had gezien. De opmerkzaamheid van mijn teamgenoot behoedt me voor een zeer korte 3 Ballons.

We passeren de splitsing naar de slotklim, waar we over een slordige 190km uit zullen komen. Leuk grapje van degenen die het parcours hebben uitgezet om de zinloosheid van dit alles er stevig in te wrijven.

Op de eerste beklimming van de dag pak ik een fijn klimtempo. Dat gaat een stuk soepeler en harder dan een jaar geleden! Soms pak ik iemands wiel, dan weer wat naar voren naar een ander wiel. Zo bestudeer ik om de zoveel minuten een nieuwe wielrentrui. Een bonte wereld van kroegnamen, loodgietersbedrijven, rolluikenleveranciers en zelf briesende stieren en haaien slingert zich door het bos de Ballon de Servance op. Zelfs een roze-blauw tenue waarin de ‘reetzweters’ -wie verzint zo’n naam?- zich omhoog hijsen. Tussen het bonte geweld is het sobere zwart-gele Gaul! tenue een baken van stijl en goede smaak.

Afdaling

Vlak over de top die er ineens is, haalt Casper me in. In de vervelende afdaling met een flink hobbelig wegdek hou ik ‘m wel in het zicht. Als het asfalt onderin de afdaling gladder wordt, laat ik me als een baksteen naar Casper toe vallen. We doorkruisen Le Thillot en beginnen aan de beklimming van de Col du Ménil. Nu is dat een uit de hand gelopen verkeersdrempel, maar de groep waarin we zitten gaat er voor mijn gevoel ongenadig hard tegen aan. Het is gewoon op het buitenblad blijven rijden. Nu heb ik me vandaag voorgenomen er geen toertocht van te maken en er flink in te vliegen, dus we blijven in deze tamelijk snelle groep meerijden.

Dan de Col d’Oderen. Luttele weken geleden was ik hier nog met Lieke. Nu omringd door honderden andere renners. Ik kijk om me heen. Het gezelschap is georganiseerd en geschoren (de benen). Dat is andere koek dan de groepen waar ik vorig jaar in reed, met een wat lagere snelheid. Dat was toch meer een zooitje ongeregeld.

Samen met Casper rijd ik in een flink tempo omhoog. Op de top wacht Martijn met verse bidonnen. Dat is toch buitengewoon aangenaam! Hij weet wat het is om een cyclosportief te rijden, dus hij maant ons tot spoed. Dat doen we. In de afdaling zet ik iedere rationele gedachte aan mogelijk gevaar uit en stort me naar beneden met Casper vlak achter me, waarbij we flink wat mensen inhalen.

Bramont

Dan de vals platte aanloop naar de Col du Bramont. We gaan niet heel hard, maar echt rustig is het tempo ook niet. Niet veel gelegenheid om te herstellen. Wel om wat te eten en ons op te maken voor de klim naar de Route des Crêtes.

In de eerste bochten van de Bramont rijd ik Casper los. Als dat maar goed gaat, want het is toch fijn om samen te rijden. Naast me rijdt iemand met Cancellara-achtige benen. Enorme kuiten, met gebronsde staalkabels als spieren. Hij rijdt op bijpassende patserige carbonvelgen. Normaal klimmen kan ie niet, want hij zwoegt op een groot verzet staand omhoog. Dan zakt ie weer terug, dan draait ie weer op vol vermogen de grote versnelling rond en komt me weer voorbij. Kracht heeft hij wel.

De Bramont, waar vorig jaar geen eind aan kwam, is nu tamelijk snel voorbij. Ik heb ‘m dan ook enkele weken geleden 2 keer verkend. Door de vele haarspeldbochten kun je goed kijken wat er achter je gebeurt, en ik zie tot mijn spijt dat Casper steeds verder achter me ligt. Na een korte afdaling volgen enkele steile kilometers, de Route des Americains. Ik pak het wiel van een Belg en laat dat niet meer los tot vlak voor de top.

Flotsam and jetsam

De top is de Route des Crêtes. Dat is een bergkam waar de wind schuin op kop staat. Dat besef zit goed in mijn hoofd. Daar moet ik in een groep zitten! Het besef is echter niet genoeg. Ik zit er niet in een groep, maar er 50 meter achter. Samen met iemand anders probeer ik dat gat dicht te rijden, maar dat is een kansloze missie.

Helaas komt er ook geen groep achterop waarin we ons terug kunnen laten zakken. Voor ons en achter ons eenlingen en duo’s. Het begrip ‘flotsam and jetsam’ komt in mijn hoofd. Het associatieve onderbewuste draait kennelijk op volle toeren. Wrakhout. In de wind. Bij ons voegen zich nog wat renners. Mijn oorspronkelijke metgezel rijdt zenuwachtig en irriteert zich kennelijk aan het feit dat ik niet zo lang op kop rijd. Maar hij is echt een stuk sterker dan ik, dus ik kan zijn tempo niet zo lang volhouden.

Grand Ballon

Het gaat hard en mijn hartslagen zijn hoog. De Route des Crêtes biedt normaliter prachtige uitzichten. Ik heb nu echter enkel oog voor het wiel voor me. Dat moet ik houden! Dan komt er een grote groep voorbij waarin we kunnen schuilen. Aangevoerd door iemand met een onbegrijpelijk haaienshirt. Sharky uit Zeebrugge. We bereiken de klimmende kilometer naar het dak van de dag. De Grand Ballon. We zijn bijna halverwege. Na 3:50u. Mijn streven om rond de 8 uur te gaan rijden, een uur sneller dan vorig jaar, is haalbaar!

Ik vul mijn bidonnen bij de bevoorrading. Dan komt clubgenoot Ronnie Takens aangereden. Die is kennelijk achter ons gestart en heeft me ingehaald. Op het moment dat we wegrijden zie ik net Casper aankomen. Ik stort me weer met de ratio op standje ‘uit’  in de afdaling. Beneden moeten we even wachten op 1 van de 2 stoplichten die we over de 205km tegen komen. Dan begint meteen de beklimming van de Hundsruck. Ronnie zet zich op kop van de groep en trekt flink door. Ik hang achterin aan een elastiekje dat snel knapt. Gewoon eigen tempo kiezen.

Hundsruck

De Hundsruck is een lastige col. Begint makkelijk wordt dan ineens steil, vlakt weer af, om naar de top toe weer gemeen steil te gaan worden. Ik kan nog wel in mijn eigen tempo goed door blijven klimmen. Dan weer rap in de afdaling. Ik weet dat beneden een lange aanloop naar de Ballon d’Alsace komt waar we wind tegen gaan hebben. Zaak om in een groep te zitten dus.

Dit keer lukt het om dat voornemen uit te laten komen. Ik draai een paar beurten op kop om goodwill te kweken bij mijn groepsgenoten op dit moment. Dan laat ik me terugzakken om wat te eten, me in te smeren tegen de inmiddels vrolijk schijnende zon, en wat reserves op te doen. Zo rijd ik mee in een soort stille omgang van wielertoeristen. Ik negeer de bevoorradingspost aan de voet en ga meteen door in de beklimming van de Ballon d’Alsace. En daar gaat het lichtje snel uit.

Lijden

Ik kan nog wel klimmen, maar er zit geen kracht meer achter. Ik word aan alle kanten voorbij gereden, op slechts enkele uitzonderingen na. Ik bevind me dan ook in een ander gezelschap dan een jaar geleden. Hier zitten de wat snellere jongens. Mijn hoofd begint te malen, er gaan allerlei negatieve gedachten vol zelfmedelijden in rond. Niet denken, fietsen! Ik verlang erg naar de top waar Martijn met verse bidonnen staat. Maar de kilometers gaan akelig traag voorbij. Het grote Lijden. Dan toch de top, en ik stort heel even over mijn stuur als ik bij Martijn ben.

Die voorziet me van nieuwe voorraden en spoort me aan om snel door te gaan. Dat doe ik, niet van harte, maar het voordeel is dat er nu een lange afdaling volgt. Daarin rijd ik rustig naar een groepje toe wetend dat het beneden weer cruciaal is om gezelschap te hebben, omdat er een lang stuk volgt tot de slotklim.

Krachten

In het dal vloeien de krachten weer een beetje terug in de benen. Ik kan wat kopwerk doen en dan goed doortrekken. Dan volgt de nare -dat was althans mijn ervaring vorig jaar- heuvelzone richting Champagney. Nu zit ik in een goed georganiseerde groep en we vliegen voor mijn gevoel over de korte klimmetjes. In een flits rijden we door de startplaats Champagney, op naar het laatste stuk richting slotklim La Planche des Belles Filles.

In mijn groep wordt ongenadig hard gereden. Ik wil wat eten, maar ik moet alle zeilen bijzetten om überhaupt in het wiel van mijn voorganger te blijven. Dit is niet echt reserves opdoen voor de slotklim. Nu ja, wel goed voor mijn eindtijd. Ik begin te rekenen en bedenk dat een tijd net onder de 8 uur heel lastig gaat worden. Maar rond de 8 uur moet lukken en dat is voor mij al een prestatie van formaat. Ik klamp aan.

Kort voor het begin van de slotklim laat ik het groepje even lopen. Veel tijd scheelt me dat nu niet meer en ik wil nog even wat eten. Ik klok een gelletje naar binnen. Fijne sport is het toch. Dat je van die smaakvolle producten mag eten.

La Planche des Belles Filles

Dan de splitsing richting de steile slotkilometers. Daar ligt nu prachtig nieuw asfalt omdat de grote meneren van de Tour de France hier deze zomer gaan finishen. Mooi asfalt of niet, de krachten vloeien uit mijn benen. Dit is geen klimmen meer, dit is harken. Ik krijg m’n hartslag niet meer echt hoog, ik kan niet meer versnellen. Het is alleen nog maar omwenteling voor omwenteling boven komen. Bemoedigende bordjes geven het stijgingspercentage van de volgende kilometer aan. Dat zijn doorgaans dubbele cijfers. 11,7% gemiddeld. Pffff.

Langs de kant staan ook bordjes met namen van de eerdere winnaars. Ik heb nog de tegenwoordigheid van geest om het bordje van Gaulist Feike Loots te begroeten. Mijn hoofd is aanhoudend aan het rekenen. Met stijgingspercentages, met gemiddelde snelheden, met eindtijden. Maar onder de 8 uur is schier onmogelijk, tenzij de weg hier omlaag gaat lopen. Niets is minder waar.

De laatste kilometer dient zich aan. Ik weet dat de laatste 500 meter makkelijk zijn, maar het duurt eindeloos eer ik daar ben. Dan toch een afvlakkende weg. Ik zet nog wat aan en sleur me naar de finish. 8:04! Een uur en een minuut sneller dan vorig jaar! Voorwaar geen slechte progressie! Ambitieuze doelstelling gehaald.

Uitslag

Ik hobbel naar mijn ploeggenoten Jorrit, Mark, Leo, Paul, en Ronnie die voor me zijn geëindigd. Twee colaatjes helpen me er weer enigszins bovenop. Casper komt ook binnen. Wat een team. Iedereen binnen de 8:30u binnen! Ik ben uiteindelijk 680e van de ruim 2400 deelnemers. In mijn leeftijdscategorie (40-49) 257e van de meer dan 900 deelnemers. Dik bij de beste 30% dus. Valt me bepaald niet tegen.

Het was een leuk maar zwaar experiment om eens niet op reserve te rijden, maar er van het begin af aan in te vliegen. Daarbij heb ik mijn eigen bordje flink leeggegeten, maar dat heeft zich ook vertaald in een mooie eindtijd. Die progressie ga ik niet nog eens boeken. Maar voor nu ben ik erg trots op dit resultaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *