Gaul! Mont Ventoux Challenge dag 1

Albertville – Grenoble

Het opleidingsniveau binnen Gaul! is gemiddeld hoog. Dat kwam van pas in het eerste hotel van de Gaul! Mont Ventoux Challenge in Albertville, waar we 2 a 3 mensen, hun bagage én natuurlijk de fietsen in kamertjes moesten zien te puzzelen die de grootte hadden van de bedden die erin stonden. Hogere wiskunde bood uitkomst.

Na het toepassen van de hogere wiskunde bij zowel het betreden als verlaten van de hotelkamers verzamelen we ons op de parkeerplaats van het hotel. De dag lacht ons zonovergoten tegemoet. Het materiaal wordt gecheckt en bewonderd, en we krijgen een laatste briefing van Mark Keijsers.

Groepen

Het gezelschap van 25 Gaulisten wordt ingedeeld in 3 groepen. Ik mag als gelukkige Garmin GPS bezitter navigator zijn van groep 2. We vertrekken wel en masse om het begin van de tocht te vinden. Dat kost nog wat moeite, maar na wat gedwaal door het schilderachtige beton van Albertville vinden we het begin van de weg.

Mijn gezelschap van de dag: Marie-José, Ello, Jeroen van C, Martijn P, Max, Sander en Stan. De eerste kilometers golven langs het dal, met prachtige uitzichten op de bergen om ons heen. Dan een afdaling, waarin mijn Garmin me vrolijk een onverhard pad rechtsaf in wil sturen. Altijd zelf na blijven denken, is het devies.

Door wat pauzes onderweg smelten groep 1 en 2 spontaan samen. Bij een rotonde rijden wat mensen verkeerd enthousiast als ze zijn om de kilometers weg te malen. Tijd om de organisatie weer terug te brengen. Ewold hergroepeert groep 1 en gaat weer verder, ik verzamel groep 2. Om vervolgens te constateren dat groep 1 honderd meter verderop weer een verkeerde afslag neemt. Wat zei ik over zelf nadenken?

Gelukzaligheid

We rijden een kloof binnen, zonnetje erbij, groep strak in het gelid. Pure gelukzaligheid op een fiets. Groep 1 en 2 smelten wederom samen tot aan de voet van de eerste serieuze beklimming, de Col du Barrioz. Dan ontbrandt de strijd, voorin dan toch, en ik pak een eigen tempo. Links en rechts schieten mensen me voorbij, maar ik doe m’n best me daar niets van aan te trekken en gewoon te genieten in de bergen.

Na de eerste col volgt een afdaling en meteen weer een beklimming. Nu haal ik mensen in die een beklimming eerder voor me zaten. Zijn ze te enthousiast geweest? Ben ik aan het verbeteren? Gaandeweg de tocht merk ik dat iedere beklimming toch weer op zich staat.

Lunch

We blijven een tijdje op hoogte, afwisselend klimmend en dalend waarmee we stiekem hoogtemeters sparen, met als officiële passage nog de Col de Mouilles. Vervolgens dalen we af naar de lunchplek in Mas-Julien. Daar is de bus, bestuurd door Adriaan met veel kunst en vliegwerk hen gemanouvreerd. Zeer tot ons genoegen want als een horde hongerige sprinkhanen vallen we aan op alle heerlijkheden die Bernadette en Josien voor ons hebben uitgestald. We hadden er dan ook al ruim 100 kilometer opzitten.

Vanaf de lunchplek presteerde groep 1, nota bene onder leiding van route-uitzetter Ewold, het om vrolijk de verkeerde kant op te fietsen. Voor dat onheil weet Bernadette mijn groep 2 gelukkig te behoeden. We blijven de flanken van het dal volgen, op-af, op-af. Een soort rollercoaster. Dan een lange afdaling naar het piece de résistence van de dag, de klim naar Chamrousse 1750.

Daar tekent zich ook weer de aparte geest van de wielrenner af. Het is rechtsaf bergaf naar Grenoble, de plek waar wij die avond slapen. Maar nee, wij gaan linksaf nog even een kleine 1000 hoogtemeters pakken. Twee leden van onze groep zijn wel zo slim en steken af naar het hotel.

Chamrousse 1750

De klim naar Chamrousse is verschrikkelijk. Ik probeer op reserve te rijden, maar kom daardoor in een trapfrequentie terecht die zo laag is, dat het nauwelijks meer met fietsen te maken heeft. Ik kan geen ritme vinden. De weg is saai, in een bos zonder uitzicht, en eenzaam. Op een gegeven moment moeten we ook nog eens door een laag grind. Want Fransen hebben kennelijk het idee dat je het wegdek kunt vernieuwen door een paar vrachtwagens vers grind over de weg uit te kiepen.

Kopman Jeroen van C (vorig jaar Mont Ventoux in 1:16!) en Ello rijden van me weg. Martijn P.  zit eerst voor me, maar gaat rusten waardoor ik hem voorbij ga. Op een gegeven moment komen Daan en Jeroen F. van groep 3 voorbijzetten. Vol ongeloof, omdat de papieren routebeschrijving aangeeft dat we over de Col de Luitel moeten die slechts 1280 meter hoog is. En we zitten inmiddels een stuk hoger. De routebeschrijving klopt op zich, maar zegt er niet bij dat de Luitel in de afdaling van Chamrousse 1750 zit. Parcourskennis (Armstrong heeft nog een klimtijdrit gewonnen op Chamrousse) heeft zo z’n voordelen.

De klim wordt iets minder saai –overigens ook minder steil- omdat we rechts een prachtuitzicht hebben over het Rhonedal en Grenoble. Diep onder ons. Dat mogen we straks dus nog allemaal dalen! Voor het overige blijft het een k-klim, waar je bij iedere bocht denkt dat het einde opdoemt. En dat doemt natuurlijk niet op. Dan ontwaar ik toch eindelijk het langverwachte, foeilelijke wintersportbeton. We treffen de mede Gaulisten op een kale parkeerplaats.

Humor

Dan de afdaling, heerlijk lang, en heerlijk mooi wegdek. Samen met Ello en Jeroen van C. ga ik hard naar beneden. Daar vervolgen we de route naar het plaatsje Uriage-les-Bains. Daar moeten we linksaf en maken we voor het eerst kennis met Ewolds gevoel voor humor. Na 150 kilometer en 3500 hoogtemeters doemt een helling van 12% en meer op. Zo’n 2 kilometer lang. Zeg maar een goede Ardennenhelling als toetje. De kers op dat toetje was vervolgens wel weer een heerlijke afdaling naar Grenoble. Waar we voldaan neerstreken in een simpel maar comfortabel hotel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *