La Charly Gaul

In iedere fietser schuilt een nomade. Het mobiele bestaan kan niet treffender weergegeven worden dan op de parkeerplaatsen van Echternach op zondagochtend 4 september. Honderden fietsers halen het toebehoren voor hun hobby uit de kofferbak. Fietsen worden in elkaar gezet, gecheckt. Het proviand voor de dag wordt in het truitje gestopt. De laatste afwegingen worden gemaakt: wel/geen overschoenen, wel/geen mouwstukken, dat soort existentiële vraagstukken worden ter plekke aangevlogen.

Daartussen wij, Gaulisten. Op weg naar de start van La Charly Gaul, de Luxemburgse cyclosportief die naar onze naamgever is vernoemd. Samen met Martijn, Casper, Reinder, Christiaan en Reinier stel ik me op in het startvak. Helemaal voorin staan de wat fanatieker clubgenoten, die voor een topklassering gaan. Het is een gezellige boel in Echternach. Een speaker warmt in een schier eindeloze, onverstaanbare woordenvloed zijn stembanden op. Luxemburgse marsmuziek schalt uit de boxen. Wanneer mogen we?

Start

Het peloton zet zich op een wat onduidelijk startsein in beweging. We draaien Echternach uit op weg naar het noorden. Meteen gaat het tempo naar 40 km/h, wat in zo’n massaal peloton een relaxed tempo is. Je wordt gewoon meegezogen. Soms wat nerveuzigheid bij wegversmallingen. Een hoop piepende remmen, oerkreten en dan de boel weer op gang trekken. Dan is het tempo even minder relaxed en is het flink aanzetten. We blijven als Gaulisten enigszins bij elkaar, ondanks alle volstrekt willekeurig lijkende bewegingen van het peloton. Een liefhebber van statistische thermodynamica zou daar een mooie studie van kunnen maken.

De eerste 30 kilometer verlopen zo nagenoeg vlak. Mijn fietscomputer geeft een schandalig hoog gemiddelde aan. Geen nood, dat gaat nog wel zakken. We draaien Diekirch binnen en dan is het meteen rechtsaf de eerste beklimming van zeven op. Het peloton, tot dan toe één gebroederlijk geheel, breekt in stukken. Ik pak, mede dankzij 3 weken training in Alpen en Pyreneeën, een lekker klimtempo. Daarbij raap ik een aantal mensen op en al spoedig vormt zich een soort van groepje. Op de top krijgen we een aardig windje op kop. Gelukkig ben ik nog zo slim om niet alleen op kop te blijven beuken, maar af en toe ook anderen het werk te laten doen.

Cote de Bourscheid

Als eerste van mijn groep, de echte klasbakken zijn dan natuurlijk al lang voorbij, draai ik de afdaling in. Dat is wel tamelijk spannend, omdat het wegdek nog nat ligt, en ik niet heel goed kan inschatten hoe hard de bochten zonder slippartijen te nemen zijn. Maar ik ga niet onderuit en ik word evenmin ingehaald, dus ik vermoed dat ik wel zo ongeveer het juiste tempo te pakken heb. In de euforie van de afdaling maakt zich een lichte overmoed van mij meester. Ik laat enkele anderen ook wel wat kopwerk doen, maar in mijn enthousiasme neem ik het leeuwendeel voor mijn rekening. Dan neemt na een aantal kilometers het verstand toch weer de overhand en laat ik me enigszins terugzakken in de luwte van de groep. Dan kom ik Casper, Martijn en Reinder weer tegen, die mee waren in dit pelotonnetje.

Dan de 2e beklimming, de Cote de Bourscheid en piece de resistance van vandaag. Met een begin van 10% een pittige jongen. Ik pak weer een goed klimptempo en ga met de voorsten van de groep mee omhoog. Daarbij Reinier, Gaulist die de eerste groep niet helemaal had kunnen volgen en die we vlak voor de beklimming hebben ingehaald. Op dat moment ben ik me nog niet bewust van het feit dat ik snel twee belangrijke lessen ga leren in het rijden van een cyclosportief, waar anders dan bij een toertocht toch een wedstrijdelement inzit.

Mongolenwaaier

Les 1: kort voor de top van de beklimming laat ik de voorste klimmers net even lopen. Ik wil me nog een beetje sparen voor de rest van de dag, en ik vermoed dat ik ze in de afdaling wel inhaal. Niet dus. Er is geen afdaling, maar er volgt een hoogvlakte (parcourskennis!) waarbij we de wind flink op de kop krijgen. Niet iets waarin je in je eentje naar een groep toerijdt.

Les 2: ik wacht tot een paar mensen me hebben bijgehaald, om samen naar de groep voor ons te rijden. Maar in die groep wordt slecht samengewerkt. Lees: ik mag zo’n beetje in mijn eentje al het kopwerk doen. Uit oplopende irritatie daarover laat ik me op een gegeven moment afzakken. Een paar renners laten een gat vallen, omdat ze willen dat ik daar inpik en weer mee kopwerk ga doen. De mazzel! Punt is, als ik ook hen voorbij heb laten gaan, is het gat dat ze hebben laten vallen zo groot geworden, dat we ook niet meer bij het groepje komen waar ik net nog in zat. Ik zit in de mongolenwaaier, zoals dat in subtiel wielerjargon heet.

Ik schik me in mijn lot en ga maar weer mee op kop rijden. Op een vervelende, glooiende, winderige hoogvlakte. Daarbij loopt mijn hartslag vaak dermate op, dat ik me ernstig begin af te vragen hoe lang ik dit ga volhouden. In gedachten verzonken rijd ik aan kop van een groep een rotonde op, waarbij ik vervolgens vrolijk de verkeerde afslag neem. Te laat zie ik de aanwijzingen van een vriendelijke Luxemburgse politieman. Ik rijd een blokje om en sluit weer aan in de groep, om te ontdekken dat mijn metgezellen Martijn, Casper en Reinder ook daar in terecht zijn gekomen. Mede na een wijze tip van Casper hou ik even mijn gemak in de groep en ga wat meer in staart hangen. Ook geen onverdeeld genoegen, want daar wordt onrustig gefietst, en wordt de boel op de kant gezet. Voor niet wielerliefhebbers: zoek dat maar even op 😉

Beklimmingen

Een mooie afdaling kondigt het einde van de hoogvlakte aan. Ik duik in Caspers wiel, en neem het op een gegeven moment van ‘m over. Dan meteen een beklimming, die niet zo heel veel voorstelt. Inmiddels zijn we zo’n beetje halverwege. Bij de ravitaillering vullen we onze bidonnen en werken we in zo hoog mogelijk tempo zoveel mogelijk verschillend voedsel naar binnen.

Op de Cote de Schumanseck, de vierde beklimming van de dag, krijgt Martijn het te zwaar. Casper, Reinder en ik blijven over. Samen met onder andere een Fransman met een onbegrijpelijk roze tenue en nog onbegrijpelijker roze bekabeling op z’n fiets. Op de top staat clubgenoot Jeroen die ons meedeelt dat we maar 20 minuten achter de kop van de wedstrijd liggen. Kijk, dat geeft de burger weer wat moed. Zo voelen we ons toch weer een beetje echt wielrenner. We komen weer op een soort van hoogvlakte, en Casper en ik krijgen zoveel vertrouwen van de medefietsers, dat we alle kopwerk mogen opknappen. Op slinkse wijze proberen we ervoor te zorgen dat anderen ook hun aandeel in het werk nemen, maar dat vinden ze kennelijk teveel eer.

Dan doemt bekend terrein voor me op. De Cote de Hoscheid. Die ben ik eerder tegengekomen op een trainingsrit in het voorjaar. Ik pak weer een gestaag klimptempo. Ondanks de afstand en de hoge intensiteit waarmee ik gefietst heb, gaat dat klimmen me nog goed af. Tegen de top zie ik dat ik weliswaar enige voorsprong heb op Casper en Reinder, maar dat die verwaarloosbaar is. Dus ik temporiseer wat om ze bij te laten komen. Vervolgens een korte afdaling en meteen weer een beklimming. Ook die zit nog in mijn geheugen en ik weet dat ie kort is. Dus ik pak wel mijn eigen tempo, maar rijd bewust niet te ver weg van mijn clubgenoten. Na deze beklimming volgt een lange afdaling en een vlak stuk, en dan heb je elkaar nodig.

Naar beklimming 7

Zo denken er meer over. Want snel vormt zich in de afdaling en het daarop volgende vals-plat-omlaag naar Brandenbourg een groep. Casper en ik hebben kennelijk een status opgebouwd als locomotief, want weer mogen we het grootste deel van het kopwerk opknappen. Reinder, en een man van het Utrechtse Ledig Erf doen zo nu en dan ook mee. De rest muist of in de staart van de groep mee, of trekt allerlei grimassen waarmee ze willen aanduiden dat ze te moe zijn om nog maar iets voor een ander te betekenen.

Solidair als Gaulisten zijn, doen Casper en ik dan ook maar trouw wat er van ons verwacht wordt. We malen de kilometers lekker weg. Dan ineens komt een groepje voorbij geschoven dat het werk van ons over gaat nemen. Ik vraag Casper wat hij ze daarvoor betaald heeft, maar de wielerwetten schrijven nu eenmaal voor dat hij daarover in alle toonaarden zwijgt. Dan ineens, sneller dan ik verwachtte, doemt de zevende en laatste beklimming van de dag op.

Cote de Beaufort, de finale

Casper geeft aan dat bij hem het beste ervan af is. Reinder is ook wat leeg. Ik pak een stevig tempo en zet me op kop van de groep. Dan komt een man voorbijgestoven die in het dal nog bekken zat te trekken om maar geen kopwerk te hoeven doen. Ja zeg, u gaat niet met mijn voeten spelen! Ik spring naar zijn wiel en besluit dat niet los te laten. Hij laat het tempo iets zakken en ik neem de kop van hem over. Dan probeert hij weer te demarreren, kennelijk onwetend van mijn besluit om zijn wiel niet los te laten. Dat gaat zo een paar keer heen en weer. Ondertussen herinner ik me gelukkig nog wel van een paar jaar geleden dat deze beklimming best lang doorloopt.

Mijn tegenstander weet dat kennelijk niet, in ieder geval kan hij mijn tempo niet volgen. Dat zal hem leren! Ik zet nog wat aan en ram zo door naar boven. Ondertussen rijd ik wat nog wat mensen voorbij. De groep waaruit ik ben weggesprongen is helemaal niet meer in zicht. Wow, dit is net echt! Solo wegrijden! Alleen bereik ik de top van de beklimming en trek meteen hard door. Eens kijken of ik ook solo de finish in Echternach kan bereiken.

In de afdaling zit een enkele strook die lichtjes bergop loop. Maar die kan ik nemen zonder mijn ketting van het buitenblad te halen. Er zit dus nog wat macht in de benen! Voordat ik er erg in heb, draai ik de laatste vlakke 8 kilometer naar Echternach op. Ik kijk achterom: nog steeds geen spoor van achtervolgers. Vol gas dan maar! Met een hartslag van 170 (zo voelt het niet) en een snelheid van tegen de 40 km/h (zo voelt het gelukkig wel) stuif ik op Echternach af. In mijn idiote hoofd begin ik zelfs berekeningen te maken hoeveel minuten me dat gaat kosten met deze snelheid en wat dus ongeveer mijn eindtijd gaat zijn.

Een plensbui daalt op me neer. Gelukkig de enige van de verder droge dag. In de verte doemen gele stipjes op, maar als ik dichterbij kom, blijken het geen Gaulisten, maar leden van een Deens gezelschap te zijn. Af en toe kijk ik om, maar nog steeds geen achtervolgers te zien.

Dan de grens van Echternach. Fietspad op, bonkerdebonk over boomwortels, dan een bocht naar rechts. Ik hoor de speaker. Dan nog even alles uit de kast. In net iets meer dan 5 uur binnen! Na de finish ontwaar ik het zwart en geel van eerder aangekomen mede Gaulisten. Ik zet me ter hoogte van hen tegen de dranghekken om op adem te komen. Vriendelijk voegen ze me nog toe dat het voor mijn plezier is dat ik dit doe. O ja.

Trots

Het is allemaal erg relatief. Er zijn honderden, 161 om precies te zijn, fietsers voor mij over de streep gekomen, maar toch ben ik apetrots. Op toertochtgebied en andere fietsuitdagingen heb ik al aardig wat achter de rug. Ik twijfelde ook niet aan het uitrijden van La Charly Gaul. Maar ik had geen idee wat ik kon op wedstrijdtempo. Ik had gedacht aan een gemiddelde rond de 28 km/h en gehoopt op een gemiddelde van 30 km/h. Maar er blijkt 32,6 km/h op mijn teller te staan. Ongelooflijk! Weer iets nieuws in mijn fiets-zelf ontdekt.

Met dank aan Lieke, die door haar ongenadige klimtempo tijdens onze vakantie me heeft uitgedaagd om op hoge intensiteit te trainen. Met dank aan mijn clubgenoten, Casper en Martijn voorop, die me met hun aanwijzingen en humor veel inzicht en plezier hebben gegeven tijdens La Charly Gaul 2011.

2 reacties to “La Charly Gaul

  • Hoi Floris,

    Proficiat! Met dit resultaat en je manier van schrijven. Ik had het gevoel bij je achterop te zitten.
    De sfeer is dus goed getroffen. De eerlijkheid over jezelf en je ervaringen sterk.
    Ik wil altijd op de hoogte blijven van je wel en wee. Dat weet je.
    Maar het is ook zo leuk, want het is ook zo genieten van dit soort verslagen.
    En dan ben je nog niet eens verslagen.

    Dank, geniet ze en leer ervan. Toch ook mooi die achternaam van je moeder?
    Nou die draag je dus ook in je.

    Alle liefs, ook voor Lieke
    Mam

  • Hoi Floris,

    Ik sluit me aan bij je moeder: Leuk stuk, dank daarvoor!! Je bent voor mij een nieuw gezicht bij Gaul, goed om te lezen dat deze cyclo je goed bevallen is. Je verhaal is wat mij betreft een motivatie voor andere leden om vaker aan een cyclo deel te nemen.

    Ik hoop je volgend jaar bij meerdere cyclo’s te zien,

    Sportieve groeten,

    Mark Keijsers (bestuurslid Gaul)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *