Monumenten voor coeliakieonderzoek: dag 1

In Noord-Holland waait de wind altijd harder. Zo ook vandaag. Een meer dan stevige lentebries waait recht in mijn gezicht. Met 270km reeds in de benen zit er niet veel jus meer in me om er tegenin te beuken. Een houtwal biedt even wat beschutting. Maar kort daarna weer de open vlakte waarover de wind aan komt rollen. Door, door, door. Gewoon blijven trappen, dan kom je er wel.

Hypochondrie

Een kleine tien uur daarvoor sta ik in de startblokken op de parkeerplaats van het kantoor van de Nederlandse Coeliakie Vereniging. Ik ben er klaar voor. Hoewel? Aan de vooravond heb ik een lichte hoofdpijn, een lichte keelpijn. Ik ben toch niet tegen een corona of ander virus aangelopen? Ken je dat, de hypochondrie die zich sinds de pandemie van me meester heeft gemaakt. Dat je bij ieder kuchje denkt: ‘het zal toch niet?’ Gelukkig is dat nu ook niet het geval.

Het is vroeg om op kantoor te zijn. Om 4:30u gaat de wekker, om 6:00 sta ik in Naarden klaar om de tweedaagse tocht voor Grip op Coeliakie te aanvaarden. Eindpunt: de Maag Lever Darm Stichting in Amersfoort, waarmee we samen fondsen werven voor coeliakie-onderzoek. Op zich is dat een kort ritje, maar niet als je onderweg het Unesco werelderfgoed in Nederland aandoet. Twee dagen van elk een slordige 300km liggen voor de wielen.
Bij de start eerst wat gedoe om de tracker, de link waar mensen me mee kunnen volgen, op de juiste manier te delen. Frustratie op het kleine schermpje van een smartphone in de haast om weg te komen. Dan vallen ook wat regendruppels. Het zal toch niet? Het wordt toch niet zo’n dag?

Mijn lief, die me met mijn schoonvader gaat begeleiden, en oud-studiegenoot Bart, die zich heeft aangeboden als fotograaf (de held!), zwaaien me uit. De eerste meters over bekend asfalt. Ik rij de Hollandse Brug over richting Almere. De brug waar Dylan Groenewegen aan zijn sprintsnelheid werkt. Ik doe het rustig aan.

Vroege vogels

De dijk langs het Gooimeer trakteert me op een klein ornithologisch feestje: pimpelmeesjes, aalscholvers en twee parende futen. Of is het baltsen? Wat doen futen eigenlijk?
Bij Almere Haven staat collega Andrea in alle indrukwekkende vroegte. Even een korte groet, foto’s voor op de social media en dan door langs het Gooimeer. Waar ik ooit met mijn clubgenoten overvallen werd door een apocalyptische hagelbui. Het enige wat we nog konden was gehurkt beschutting zoeken bij elkaar. Drie minuten die je nooit meer vergeet.

Vervolgens linksaf de polder in, richting schier eindeloze Vogelweg. De planoloog die de naam heeft verzonnen, is vast ook eerst langs het Gooimeer gekomen. Dat schier eindeloze valt overigens ook wel weer mee. Sinds mijn tocht van negen jaar geleden in de Verenigde Staten vind ik alles beneden de 80km rechtdoor aan de korte kant.

Ik fiets tussen de bollenvelden van de Flevopolder terwijl de wereld ontwaakt, even opgeschrikt door een monsterlijk grote gierwagen die me passeert. Het begint wat te miezeren, maar meer dan dat is het niet. Hoewel, op een gegeven ogenblik ligt de weg toch nat. Lichamelijk nog steeds niet vervelend, maar mijn fiets wordt daar vies van…… Ook dat duurt gelukkig niet lang. En ondertussen komt de voorspelde noordenwind met een bescheiden briesje nog uit het zuiden, hetgeen buitengewoon gunstig is voor mijn eerste etappe op weg naar de Koloniën der Weldadigheid in Drenthe.

In het ochtendlicht doemt Six Flags op. Het ligt te wachten op de massa’s die zich vermaken in achtbanen en andere martelwerktuigen. Zij liever dan ik. Waarschijnlijk denken zij hetzelfde.

Bij de Roggenbotsluis, waar ik een jaar tijd voor de derde keer langskom tijdens een fietstocht voor coeliakie, draai ik de polder uit naar Kampen. Dat is een chronisch doolhof door de werkzaamheden die daar al een tijd aan de gang zijn. Fotograaf Bart staat met een fluorescerend oranje petje daar tussenin. Slim zo’n petje, zeker chemicus….

Omleiding één van zoveel

Voor Kampen de eerste omleiding. Nu ja, niet de eerste. De eerste in de polder heb ik genegeerd. En terecht zo bleek, ik kon er gewoon doorfietsen. Bij Kampen ziet de omleiding er niet negerenswaardig uit. Ik volg het bordje naar rechts. Het blijkt een type omleiding van ‘we geven u één bordje en daarna zoekt u het maar uit’. Gelukkig ken ik Kampen van eerdere fietstochten en heb ik enig richtingsgevoel, dus ik weet bijtijds richting brug over de IJssel te draaien.

Het oude land ligt er prachtig bij op deze morgen. Ik pak mijn telefoon voor een foto, maar de telefoon voelt plakkerig aan. O jee, een lekkend gelletje…… Ik peuzel de gel dan maar op, hou ‘m in de hand totdat ik een vuilnisbak tegenkom en reinig mijn handen met wat water uit de bidon. Nog steeds zit dat spul overal, maar de eerste foerage stop is gelukkig niet ver weg. Net als vorig jaar in Hasselt. Sowieso een plek waar je op de een of andere manier niet omheen kunt bij lange tochten door Nederland. Ik ben er met mijn fietsclub Gaul! ook al twee keer langs gekomen.

De Koloniën van Weldadigheid

Dan verder naar Drenthe. Binnen korte tijd spot ik vier ooievaars. Bij Onna krijg ik zowaar wat hoogtemeters te verwerken. Wel 3. Lijkt op een oude stuwwal. Dan langs Steenwijk naar het eerste doel van de dag: Frederiksoord. Een van de plaatsen waar de Koloniën der Weldadigheid zich bevinden. Het eerste van de Unesco monumenten die ik aandoe om een virtueel monument voor al die enorm betrokken en bevlogen coeliakieonderzoekers op te richten.

Sir Isaac

Ik rij op mijn nieuwe fiets, een Isaac Element. Het merk is vernoemd naar Isaac Newton en daarom heb ik mijn fiets Sir Isaac gedoopt. En hij rijdt heerlijk. Deze week heb ik nog een nieuw zadel laten monteren -op zich een risico zo vlak voor een lange tocht- maar het bevalt goed. Ik realiseer me dat ik een rondrijdend symbool van de globalisering ben: Nederlands merk fiets, met een frame dat waarschijnlijk in Taiwan of China is gemaakt, Amerikaanse versnellingen, Ierse pedalen, een Italiaans zadel, Duitse banden en ga zo nog maar even door.

Richting Friesland staat de wind half op kop, maar het is nog prima te doen. Prachtige, slingerende weggetjes door een zonovergoten landschap.

Ir. D.F. Woudagemaal

Ik land in Lemmer voor het tweede monument van de dag: het indrukwekkende Ir. D.F. Woudagemaal. Ondertussen reik ik wel de prijs voor meest fietsonvriendelijke gemeente uit aan de Fryske Marren. Ik moet minuten bij een stoplicht wachten. Dan na 50 meter een nieuw stoplicht waar dat patroon zich herhaalt. En even later weer. Je kunt dat soort verkeersregelinstallaties echt op elkaar afstemmen hoor!

Chaos op Schokland

Dan door naar de Noordoostpolder. Met een heerlijk rugwindje zoef ik richting Schokland. In Emmeloord een omleiding vanwege kermis. Dan over fantastische schelpenpaadjes naar het voormalige eiland in de Zuiderzee. Na wat zoeken vind ik de Oude Haven waar ik een ontmoeting heb met NCV regiocoördinator Anouk Nijmeijer en haar dochter. Supertof dat ze me willen ontmoeten. Het is een prachtige plek waar je de Zuiderzee nog hoort ruisen.

Ondertussen staat fotograaf Bart elders en blijken ook mijn schoonmoeder en zwager op Schokland te zijn, maar dan op een andere plek. Die andere plek blijkt een markt bij het oude dorpje. Het is daar druk. Door een briljante verkeersregelaar word ik een fietspad op gedirigeerd dat thans als voetpad door het veelkoppige publiek wordt gebruikt. Sorry mensen!

Dan naar de Ketelbrug en door naar de dijk richting Lelystad. De wind staat hier hard schuin op kop. Dat is even beuken geblazen. Ik zie al niet uit naar de Houtribdijk en het stuk naar Den Oever waar ie pal op kop gaat staan. Zonder heel veel beschutting. Zeg maar geen.

De dijk draait wat bij zodat ik precies voldoende meewind heb voor het vervolg naar Lelystad. Iets met vectoren.

Houtribdijk

Dan vangt de vooraf gevreesde passage van de Houtribdijk aan. Hier heb ik meermalen in regen, wind en vrieskou gereden tijdens een tradionele 24 decemberrit met mijn wielervereniging. Waarom? Omdat we niet helemaal sporen. Dit keer staat er gebruikelijk veel wind, maar is er geen regen, geen vrieskou maar helaas zijn er ook geen clubgenoten om bij in het wiel te hangen. Een openstaande brug biedt op een maffe manier uitkomst. Door de verplichte wachttijd klont er namelijk een groepje wielrenners samen. Op die trein moet ik springen!

We vatten de passage gezamenlijk aan. Twee zijn er sterk en doen ondanks de forse tegenwind kopbeurten van 33 km/u. Bij de andere twee zakt het tempo tot de 30. Ik hang daar ergens tussenin. Het vet is wel van mijn soep na ruim 200km. Maar het tempo ligt prettig hoog en in ruil voor de lift wil ik graag een paar pijnlijke kopbeurten doen.

Mijn begeleiding moedigt me op twee plaatsen aan. De andere fietsers moeten gedacht hebben: ‘met wat voor mafketel rijden we hier dan? Het is de Houtribdijk maar.’

De dijk lijkt eindeloos, maar op het moment dat het fietspad van de noordkant naar de zuidkant van het dijklichaam slingert, is Enkhuizen ineens dichtbij. Op een parkeerplaats van een supermarkt is mijn laatste bevoorradingsstop. Nu nog maar 40 km naar eindhalte Den Oever en Unesco monument de Waddenzee.

Grand dessert

De eerste kilometers wijzen naar het westen en zijn goed door te komen. Dan volgt toch de onvermijdelijke bocht naar het noorden, en ja hoor, de wind vol in de bakkes. En de wind is in de loop van de dag lekker aangetrokken. Ik schat ‘m op windkracht 4, maar het voelt als 5. Er is nu geen greintje vet meer op mijn soep te bespeuren. In Medemblik zie ik de kitesurfers genieten. Voor hen zijn de omstandigheden prima. Tegenstrijdige belangen.

Na Medemblik de lange, rechte dijk naar Den Oever. Herkenningspunt van Den Oever is de hoge zendmast. Die is al ver van tevoren te zien. En komt maar niet dichterbij. Toch, pedaalomwenteling voor pedaalomwenteling nadert het doel. Blik op oneindig, verstand op nul en dan doemt de verlossende haven van Den Oever op. De eindsprint naar het westen mag nog even met wind mee. Het zicht op het Wad heeft het allemaal waard gemaakt. Dag 1 zit erop.

Één reactie to “Monumenten voor coeliakieonderzoek: dag 1

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.