Grip op coeliakie; dag 2

Na een kort nachtje mogen we in het buitengewoon gastvrije hotel vroeg ontbijten. Dan weer op pad. Het zitvlak heeft dag 1 goed verteerd. Op naar Groningen!

Het landschap ten noorden van Vledder verrast me enorm in positieve zin. Het is daar prachtig! Ik ga hier nog eens terugkomen. Mijn gedachten stromen op de fiets in de rustige ochtend. Fijn om zo even in de inspanning en de onderneming van de dag te kunnen zinken. Ik kijk op en zie een buizerd vlak bij me op een paal zitten. Een stare down volgt. Hij blijft zitten, ik fiets door. Volgens de regels van de stare down heeft de buizerd dan gewonnen, geloof ik.

Groningen

Dan draai ik een grindpad door het Fochtloërveen in. Dat is net droog genoeg om het op een racefiets nog berijdbaar te laten zijn. Weer prachtige landschappen om me heen. Twee matineuze mountainbikers groeten vriendelijk. Aan het einde wacht Geert me op om de eerste escorte van dag 2 te zijn. Goed om ook hem weer te zien. Hij vertelt me dat ik net een enorme bui heb gemist. Net als gisteren geluk gehad dus. We praten bij over het leven en alles en ongemerkt komen we zo bij Groningen.

Bij het UMCG wacht penningmeester Bert van de Nederlandse Coeliakie Vereniging ons op. Promovendus Joram neemt de honneurs waar van de enthousiaste Groningse onderzoeksgroep en neemt de cheque in ontvangst. Dan vangen de laatste 240 km van de tocht aan, met wind tegen en voorspelde buien. We gaan het zien!

Onzinnig bijgeloof

Onder Groningen voegt een nieuwe escorte zich bij ons: Fopke. We krijgen inderdaad de eerste buien te verwerken, maar het zijn buien. Dat wil zeggen, binnen afzienbare tijd zijn ze ook weer over. In het wiel hangend vervolg ik de weg naar Rolde. Daar wachten clubgenoten Anky en Bob me op. Ze zijn gisteren uit Zutphen hierheen gereden, vandaag begeleiden ze me tot die plaats. Wow!

Ik besluit een regenjack aan te trekken. Ondanks het feit dat ik me heb voorgenomen niet meer aan bijgeloof te doen -ik maak me daar in sportgerelateerde zaken nog best vaak schuldig aan- hoop ik dat het regenjack de buien weghoudt. Niets blijkt minder waar. Mijn voornemen om het bijgeloof bij het vuilnis te zetten was dus terecht.

Wijster

Bob zet er meteen een pittig tempo in en na kort wat nieuwtjes uitgewisseld te hebben met Anky nestel ik me toch maar lafjes in de wielen. We denderen voort. Voort naar Wijster. Daar is weer een fouragestop, op kilometer 120 alweer.

Ooit was ik voor werk in Wijster en had de wat stomme (achteraf) uitspraak dat ik nog nooit van het plaatsje gehoord had. Toen kreeg ik een pittig geschiedenislesje. Ik kon me een beetje verschuilen achter mijn geboortejaar, ik was 3 toen de geschiedenis plaatsvond. Maar goed, ik zal het nooit meer vergeten nu. Als je het niet weet: Google gaat je helpen.

VAM berg

Kort na de stop doemt de VAM berg op. Clubgenoten uit het noorden vonden dat ik die niet voorbij mocht rijden, dus dat doe ik dan ook niet. We draaien naar een steile helling omgeven door schapen. Zijn we ineens in Yorkshire beland? Gelukkig leidt de route over een iets minder steile kant. Jammer dat er geen fotograaf is, want in relatieve eenzaamheid worstelen we wind tegen naar boven, met op de achtergrond loodgrijze donderwolken. Moet er heroïsch uitzien. Het voelt in ieder geval wel zo.

Anky en Bob komen een bekende tegen. Een wielrenner uit een pro-continental ploeg die gisteren 190 km achter de brommer heeft getraind. Met een gemiddelde van 47 km/u. En vandaag een keer of tig de VAM berg doet. Alles is relatief. Mijn sportprestaties zijn dat zeker.

Na Hoogeveen rijdt ons driepersoons treintje met locomotief Bob een bui in. Maar dan een bui die niet zomaar over is. Schijnbaar eindeloos rijden we in de regen. De lucht vertoont geen enkele vorm van doortekening om enige hoop te geven. Een egaal grijze massa om ons heen. Alles wordt nat. Alles wordt koud. Zelfmedelijden klopt aan de deur.

Regen

Hoewel de deur op een kier staat, weet ik die grootste vijand van een wielrenner buiten te houden. Een genoegen is het niet. Maar het is ook geen groots afzien. Hoewel, als ik er aan denk dat ik dit alleen had moeten doen, eindeloos wind tegen in de regen….. Ik weet niet of ik dat mentaal had gered.

De realiteit is echter dat ik twee fantastische clubgenoten bij me heb die me met een behoorlijk tempo door de nattigheid loodsen. En eerlijk is eerlijk, de vooraf geprojecteerde ellende is veel groter dan de werkelijkheid als je erin rijdt. Reden te meer om je er vooraf niet druk over te maken. Maar probeer dat maar eens niet te doen.

Ik zie kamelen. Is dat mijn brein dat begint te hallucineren? Of houdt men die in Salland als huisdier?

We rijden over de Lemelerberg. Weer zo’n fijn ijkpunt om als subdoel te hebben. En even een ander ritme, ook niet onaangenaam. Bovenop probeer ik naar het buitenblad te schakelen, maar mijn linkerhand weigert dienst door de kou. Op de een of andere manier lukt het me toch.

Raalte

We rollen door naar Raalte, waar de volgende stop gepland is. Bij sponsor Veldhuis Media. De auto met eten wordt geplunderd. Ik krijg een prachtige sponsorcheque van Jantinus die het drukkerijbedrijf vertegenwoordigt. Als extra cadeau wordt de hemel wat lichter. Dat schept hernieuwde hoop en hernieuwde moraal. Clubgenoot Hans voegt zich bij ons.

Verse benen om het kopwerk te doen. Daar maakt zelfs locomotief Bob dankbaar gebruik van. Ons treintje snelt voort naar Bathmen. Aan de lucht doemt weer een donkergrijze massa op. We nemen een bocht. Ah, we rijden toch niet naar die massa. Weer een bocht. Oh, toch wel! Mijn innerlijke kompas is wat van slag, dus ik kan de inschatting niet meer maken. De route loodst ons evenwel langs de bui.

In Bathmen even langs bij NCV supervrijwilliger Astrid. Ik kan daar niet passeren zonder haar gedag te zeggen. Vanwege het strakke schema moeten we de aangeboden kippensoep helaas afslaan. Een fotomoment, opbeurende energie voor de moraal en dan op pad naar Zutphen. Voor superescortes Anky en Bob het eindstation. Voor mij nog niet, maar ik begin langzaam in een goede afloop te geloven.

Brummen

Hans loodst me door Zutphen. Dan over de IJssel naar Brummen, even langs bij NCV voorzitter Masja. De subdoelen volgen elkaar nu snel op en dat is na cumulatief ruim 550 kilometer ook fijn. Weer een dreigend leigrijs front aan de horizon. Dit keer is het niet te vermijden. Brummen verwelkomt ons met dikke druppels. Bij Masja even binnen, een kop koffie, een paar koeken en een blik op buienradar. Ik sta in standje ‘doorgaan’. Hans keert terug naar huis. Ik ben dus weer even alleen.

Door een prachtig gebied rijd ik naar de Posbank. Bekend terrein. Door de regen en het tijdstip laat op de middag is het er fantastisch rustig. Ik geniet van de zon die door de wolken en het bladerdak van de Posbank schijnt. Er zit zowaar nog wat power in de benen. Bovenop komt een nieuwe, niet geheel verwachte escorte me tegemoet. Marco. Wat een fijne verrassing. We beklimmen de Emma piramide. Die is toch wel even pittig, maar ook een welkome afwisseling van het monotone kilometers malen.

Rijnstate

Dan de afdaling naar Rozendaal en dan zijn we bijna bij het Rijnstate, de laatste halte voor de finish. Kinderarts Margreet Wessels ontvangt me voor een fotomoment. Evenals collega Chris met haar gezin, vrienden van me en de begeleiding. En de laatste escorte van de dag: Mark. Een door Chris vers gebakken glutenvrije muffin en wat handjes noten moeten me de energie geven voor de laatste tientallen kilometers. Plus natuurlijk een finale-buisje dat ‘dottore’ Erik me gegeven heeft.

Mark en Marco loodsen me Arnhem uit, de Veluwe op. Ik nestel me comfortabel in het wiel en mijmer over de tochten die ik hier reed en de tocht die ik nu hier rijd. Deze onderneming lijkt echt te gaan lukken! Wel scherp blijven nu. Een ongeluk zit in een klein hoekje.
Ik zie kangoeroes. Ik begin toch te twijfelen aan mijn geestelijke gezondheid.

Barneveld

Bij Barneveld draait Marco af. Jammer voor hem. Want de gezelligheid van Barneveld op zondagavond wil je niet missen, zo blijkt als Mark en ik erdoor rijden. Hoppend van rotonde naar rotonde. Mark legt er flink de pees op, zoals dat heet, maar ik kan het wiel nog goed houden. Ik hoef nu ook niet meer op reserve te rijden. De kilometers tellen snel af. We draaien via Stoutenburg Amersfoort in.

Finish

Bij een rotonde moeten we drie pogingen doen voor ik de goede afslag vind. Toch iets van vermoeidheid misschien? Dan de draai naar de weg voor het station. Over de stille busbaan naar het kantoor van de MLDS. Ik kijk pal tegen de zon in, dus zie niet veel.

Dan doemt een clubje enthousiaste mensen op! Collega’s met een heus spandoek, mensen van de MLDS, mijn schoonvader en z’n vriendin. Mijn lief en vriend Frans die door heel Nederland achter me aan zijn gereden. Wauw! Wat een ontvangst.

Het laatste cheque moment met Bernique, de directeur van de MLDS. Het is gedaan! En mooier nog, mijn fondswervende doelstelling is terwijl ik aan het rijden was door vele donaties enorm overtroffen. Wauw kwadraat!

Dank

Diepe dankbaarheid voor mijn lief en Frans die me hebben voorzien van eten, droge kleren en vooral morele support.
En vooral ook naar mijn clubgenoten van Gaul! Die op mijn vraag om een stukje mee te rijden hebben gereageerd met honderden kilometers kopwerk en gezelschap. De kracht van samenwerking prachtig belichaamd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.