Dag 1: on the road
Het is altijd ongelooflijk hoe slecht je slaapt voor een dag waarop een speciale fietstocht begint. Terwijl het toch gewoon een dag fietsen is, niets meer. Op zich waren er een paar factoren die niet meehielpen. Om te beginnen waren we overladen met informatie. Amerikanen en zeker onze reisleider Mike -ex-militair- nemen dingen serieus. Dat betekent uitgebreide instructies inclusief live simulaties over de dagroutines waaronder de SAG stops (support and gear). En daar wordt je geacht je streng aan protocollen te houden.
Handtekening zetten, zodat ze weten dat je langs bent geweest, handschoenen uit, dan handen schoonmaken met een alcohol tissue en desinfectans en dan mag je pas aan het eten zitten. Op zich begrijpelijk en slim, maar het lijkt de Gaul! fietstochten tot barbaarse ondernemingen te maken waarbij we onszelf blootstellen aan de meest hachelijke gevaren.
Een andere slaap hinderende factor was het feit dat de buren in het hotel een feestje hadden. Ten derde waren daar de regelmatige toiletbezoeken, geheel volgens instructie, omdat we alvast waren begonnen met ons af te vullen met vocht voor de warme dag. Maar toegegeven, ik was natuurlijk gewoon bloednerveus.
Mijn roommie Phil uit Boston was ook vroeg op, omdat zijn bioritme nog op Oostkust stond, dus 3 uur later. Hij maakte meteen vrienden met me door met een grote bak Starbucks koffie binnen te komen. Alles bij elkaar gezocht,
bagage ingeladen en toen op naar het ontbijt. Eieren en bacon waren favoriet maar mij toch een graadje of 2 te machtig. Gelukkig waren er ook pannenkoeken. Brood was natuurlijk ver te zoeken.
In een rustig en veilig tempo -Mike is gecertificeerd fietsveiligheidsinstructeur en dat hebben we geweten tijdens de briefing- rolden we naar het strand voor de fotoshoot. Mijn achterwiel heeft het zoute water -au- van de
Pacific mogen proeven.
Vervolgens op pad om het tientallen kilometers lange fietspad langs het Santa Ana kanaal te volgen. Je weet wel, zo’n droogliggende bak beton waar ze in Grease de autorace in houden. Het fietsen op een vlak fietspad langs een kanaal
deed me evenwel erg aan thuis denken. In m’n element dus. Ik was als een van de laatste gestart maar gezwind ben ik vele tochtgenoten langsgereden om vervolgens samen met Engelsman George, de Europeanen moesten het weer doen,
kilometers kopwerk te doen. Meteen wat krediet bij de rest opbouwen. Het fietspad was de manier om enigszins soepel uit de immense agglomeratie van Los Angeles te komen. Toeristisch hoogtepunt langs de weg was het stadion van de
Anaheim Angels, een baseball club waarvan ik me vaag kon herinneren dat ze onlangs in de World Series hebben gespeeld. Dat vermoeden werd bevestigd door een Amerikaanse fietsgenoot.
Na de eerste stop, keurig de routine gevolgd, een stuk met irritant veel stoplichten. Daarna pikten we opnieuw een fietspad op. Dat was geweldig. Lekker bochtig, met een geweldig weids uitzicht over heuvels, palmbomen en weilanden met paarden. Hoe Californisch wil je het krijgen? Mijn bewondering voor het landschap steeg nog meer toen we iets over het fietspad zagen kronkelen. Een heuse slang! Die zich snel uit de voeten (?) maakte toen ons pelotonnetje eraan kwam.
Ondertussen was ik weer heerlijk kopwerk aan het doen, pratend met een 60 jarige Amerikaan Tom. Toen die vroeg wat voor werk ik deed, was zijn vervolgvraag of de PvdA een beetje een linkse partij was. Toen ik dat beaamde vertelde hij me dat hij een aanhanger is van de Democraten en me acuut in de berm had gereden als ik van de rechterzijde was geweest. Goed om te weten en fijn dat ik geen Republikein met vergelijkbare ideeën trof.
We slingerden ons over het fietspad en weer een stuk met wat meer stoplichten naar de lunch SAG stop van de dag. Even uitrusten en eten op een stoel in de schaduw en vooral veel, veel drinken.
Want de temperatuur begon aardig op te lopen. Een goede 35 graden. Niet heel erg de omstandigheden die ik bij de trainingen in Nederland gewend was tot op heden. Langzaam begonnen we ook aan een lange, geleidelijke klim naar een meter of 900. Veel vals plat. Een paar Amerikanen konden hun testosteron niet bedwingen en begonnen hard op kop te rijden. Dat was te zien aan a. het feit dat ze het tempo niet constant hielden maar versnelden bij de overname van de koppositie en b. hun lichaamstaal die verraadde dat ze danig op de pedalen aan het duwen waren.
Ik wilde krachten sparen en vroeg hen of ze wat rustiger aan wilden doen. Hetgeen op instemming van de groepsgenoten kwam te staan, die kennelijk hetzelfde dachten, maar het niet durfden te vragen. Zo reden we door naar het hoogste punt Beaumont, waar we een benzinestation van de watervoorraad beroofden. Om verkoeling te krijgen een gallon over mijn helm uitgegoten. Dat was fijn, maar binnen een minuut was alles weer kurkdroog, zo warm en droog was het.
Van daaruit begonnen we aan een lange en snelle afdaling, vals plat dan toch, richting de eerste rustplaats van de reis. Zo rolden we de woestijn in. Kurkdroog, omgeven door even kurkdroge bergen, voor mij een surrealistisch landschap om in te fietsen. En met veel windmolens. Die de verkeerde kant opdraaiden, dat wil zeggen, we hadden het laatste stuk wind op kop. Nog even aan de bak dus in de droge hitte. En ineens uit het niets dook Palm Springs op. Een soort oase in de woestijn voor rijke inwoners van Los Angeles en pensionados. Vroeger erg geliefd bij filmsterren hetgeen werd aangegeven door een 15 meter hoog beeld van Marilyn Monroe. Plastic cultuur. Toch was ik erg blij dat de eerste dag er na een dikke 180 kilometer opzat.