Pielen met materiaal

Ik staar in de ogen van een geit die kauwt op het ijzerdraad van zijn omheining. Treffender kan de zinloosheid van mijn onderneming niet worden uitgedrukt. Ik rij in een koers die al voorbij is, als een feest waar de schalen zijn opgestapeld en de flessen leeg. Slechts een enkel verdwaald, uitgezogen gelletje op het wegdek herinnert aan de vrolijke optocht die ver voor me is langsgetrokken. Dat en de verveeld voor zich uit starende seingevers die slechts halfhartig nog hun vlag opsteken, als ze al niet volkomen in beslag worden genomen door het scherm van hun mobiele telefoon.

Hoe kom ik hier terecht?

La Charly Gaul

We zitten in la Charly Gaul editie 2018. De geweldig leuke cyclo van ruim 150km door het Luxemburgse heuvelland, vernoemd naar onze naamgever en waar we dus traditioneel met een grote Gaul! delegatie aan de start staan. Dit keer een club van 20 Gaulisten. Oud, jong, rookie, veteraan, alles door elkaar.

Mijn laatste ritje op het vlakke de vrijdag voor vertrek heb ik op Strava de titel ‘pielen met materiaal’ meegegeven. Omdat ik een spaakbreuk van een week eerder had gerepareerd maar onzeker was over het succes van de operatie. Verder nog een wel succesvol uitgevoerde ingreep aan mijn derailleur waardoor die een stuk beter schakelde dan de weken ervoor. Maar ik had bijkans meer naast de fiets gestaan dan erop gezeten. De titel van mijn Strava ritje blijkt omineus.

Bij de de gebruikelijke rit om de startnummers in Echternach op te halen, heb ik ernstig last van een aanlopend wiel wat ik maar niet verholpen krijg. Het lijkt scheef in mijn frame te staan. Dat maakt me te onzeker om erop te gaan koersen. Ik ben gelukkig wel zo slim geweest een set reserve wielen bij me te steken. Dus: eerst cassette omwisselen. Dan banden omwisselen, want op mijn reserve wielset zitten nog tubeless banden maar er lijkt een lek bij het ventiel te zitten, dus dan toch maar draadbanden monteren. De boel kort testen en me dan in geen tijd klaarmaken voor het eten, want het is hoog tijd om naar het restaurant te gaan. Stress? Welnee.

Koers

Na een evenwel goede nachtrust staan we aan de start te keuvelen in een zalig veelbelovend zonnetje. Ik heb me voorgenomen met fietsmaat Richard te gaan rijden; hem te helpen waar het kan. We vangen aan met een kleine tien kilometer vlak. Pelotonwerk dus. Dan de klim naar Beaufort. Tempo pakken en Richard in de gaten houden. Hij zit met Marc in mijn wiel. Een poging van mijn kant om een gaatje naar een groepje er voor dicht te rijden, blijkt iets te druistig. Met een oog op de vermogenmeter pas ik mijn tempo aan. Dan de eerste afdaling in.

Lek

Ik ga strak door een bocht over wat ruw asfalt. Bij het uitdraaien komt er een gesis uit mijn achterband. Het voor wielrenners maar al te bekende geluid van in de lucht oplossende dromen en ambities. Lek. Er is geen ontkomen aan. Sorry Richard! Ik stuur naar de kant en begin aan het ritueel van het verwisselen van een binnenband. Uiteraard controleer ik daarbij de buitenband grondig. Daar is niets mis mee. Dat is geruststellend en ook weer niet. Waarom reed ik dan lek? Er nestelt zich een knagend gevoel in mijn brein.

Ondertussen ook berusting. Ik ga er vandaag maar een training van maken. Kijken of ik nog wat Gaulisten kan helpen onderweg.

Dan weer op pad, vol de afdaling in. Onderweg roep ik een aanmoediging naar Andreas. Het lot van teruggeslagen worden in een cyclo is dat je tussen mensen terecht komt die net wat minder hard fietsen. Dus voor mij begint een ritme van me bemoeien met het kopwerk van groepjes op het vlakke, die vers verworven vrienden al dan niet gewild losrijden bergop en dan weer in de volgende groep terechtkomen. Het lukt me soms zelf om op vlakke stukken naar groepen voor me te rijden. Haasje over op de fiets. De training is begonnen, sparen doen we even niet!

Landscheid

Na de klim naar Wahlhausen volgt een lange afdaling waarin ik in een groepje van vier verzeild raak. Dat gaat snel onder leiding van een welbekend tenue, dat van de Adelaar uit Apeldoorn. Dan dient zich de derde en laatste langere beklimming naar Landscheid aan. Ik rijd het groepje gemakkelijk en soeverein uit het wiel. Doping voor mijn ego. Eenzaam maar op een flink tempo rijd ik omhoog. Op de hoogvlakte waar we uitkomen doemt er weer een groepje voor me op. Een nieuwe prooi, een nieuw doel.

Lek #2

Maar op het moment dat mijn kaken zich willen sluiten om die nieuwe verse benen voor me, weer dat dodelijke, sissende geluid uit mijn achterband. Weer lek. Weer en nog meer berusting. Te meer omdat ik geen reserveband meer heb. Wachten op een materiaalwagen dus. Ik besluit de tijd te doden met het speuren naar de oorzaak.  Want het knagende gevoel dat zich in mijn brein had genesteld schreeuwt nu vol tegen me dat er iets aan de hand moet zijn met mijn achterwiel. Je rijdt niet zomaar twee keer lek; vooral niet als er met de buitenband niets mis is.

Ik controleer de binnenband: het lek zit aan de binnenkant, er moet dus iets op mijn velg zitten of zoiets. De conclusie is snel getrokken: een kapot velglint. De materiaalwagen komt snel. Die voorziet me van een nieuw velglint en de mecanicien legt er liefdevol en vakkundig een nieuwe binnenband op. Ik vraag wat de financiële schade is en enigszins verstrooid zegt hij dat die 10 euro bedraagt. Bijna krijg ik het gevoel dat als ik niets gevraagd had, hij ook niets gerekend had. Ben ik de zwarte economie aan het spekken? Doet er niet toe. Ik kan weer verder. Alle lekken lijken boven.

Mark-Peter

Als ik weg rijd, ontwaar ik achter me club en bestuursgenoot Mark-Peter. Ik weet dat er een tussenstuk zonder veel grote beklimmingen komt, dus besluit hem op sleeptouw te nemen. Een strak touwtje zo blijkt, want op de eerste de beste iets hellende strook met tegenwind blazen we de rest van de groep eraf. We rapen onderweg anderen weer op dus zo slingeren we met een aardig groepje langs Vianden en door het dal van de Our. Onderweg geef ik aardig gas. Nog steeds een goede training!

Bij de serie beklimminkjes die volgt nemen we afscheid en ik pak weer mijn eigen tempo. Ik passeer Gief. Dan kom ik in een groepje met Bob en Anky. Mijn tempo ligt met name Bob net iets te hoog, dus ik stort me weer in de jacht op een volgende groep.

Niemandsland

Die is er niet. Voor me alleen nog verdwaalde eenlingen. Als een soort Sil de strandjutter -na zelf twee keer schipbreuk te hebben geleden- raap ik wielrenners op en laat ze weer achter. Het is zwemmen in niemandsland. Alsof ik, zoals ik vaak heb gedaan, alleen in Luxemburg aan het trainen ben. Toch even genieten van dat gevoel. Het weer is prachtig, de weg ligt open, zoeven over de Luxemburgse wegen dan maar!

Ik bestudeer mijn boordcomputer. Voor de deskundigen: mijn normalized power van een deftige 271W na 100km geeft aan dat ik aardig heb lopen geven. Voor de niet deskundigen: ik heb mijn kruit aardig verschoten. Iedere beklimming lever ik kracht in. De kilometers en de opstekende tegenwind beginnen te tellen. De eenzaamheid begint onmiskenbaar aan me te knagen. Voor me zie ik een groepje dat maar niet dichterbij wil komen. Dat wil zeggen, ik wil maar niet dichterbij komen.

De ‘voiture une heure‘ passeert me. Dat betekent dat de kop van de koers een uur eerder is langsgekomen. Ook al rijd ik vol berusting en zonder verdere ambitie dan lekker te trainen rond, dit doet even pijn.

Zinloos

De zinloosheid van dit alles dringt zich genadeloos aan me op. Waarom? Waarvoor? Gedachten die je als wielrenner koste wat kost moet vermijden marcheren met hele cohorten mijn hoofd binnen.

Maar als deze onderneming geen zin heeft, dan maakt hij maar zin!

Finale

Dus ik vat heuvel voor heuvel aan. Het zijn er niet veel meer en ze zijn niet hoog meer. Ik passeer de jongen van de Adelaar weer. Met hem kan ik mooi samen naar de finish rijden. Helaas rijd ik hem op een hellende strook los. Te makkelijk. Dan maar zien wat er komt in de laatste tien kilometer vlak.

Tot mijn opluchting vang ik die toevalligerwijs aan samen met twee Belgen. Ze willen zowaar enigszins meedraaien. Al kunnen ze niet het tempo ontwikkelen dat ik nog uit mijn benen krijg. We rapen nog wat meer drenkelingen op die zich achter ons nestelen. De bordjes beginnen af te tellen. De laatste vijf, vier, drie kilometer. Ik trek hard door. Niemand wil meer overnemen. Dat irriteert mee. Te halfslachtig probeer ik weg te rijden op een kilometer. Ze blijven in m’n wiel maar weigeren andermaal over te nemen. Dat zou ik ook niet doen. Toch groeit er een eerzucht in mijn binnenste.

Ik schroef het tempo op naar maximaal en ga hard de laatste stroken in. De bochten voor de finish ken ik goed, dus ik ga ze vol aan en hou vakkundig de deur dicht voor degenen die nog in mijn wiel hangen. Een Belg komt nog langszij maar ik druk mijn wiel eerder over de streep. Een schouderklop van mijn kant en een welgemeend Vlaams ‘goe gedaon’ van zijn kant. De training is ten einde. Mijn conclusie die overigens bevestigd wordt door de data: het is bijkans zwaarder om in je eentje achterin te zwemmen dan meer voorin in een groep waar je qua niveau hoort mee te koersen. Andere conclusie: zorg dat je materiaal op orde is……

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *